Woordwaarde berekenen en scores bijhouden

Tel de punten van een zet met letterwaarde, bonusvakjes en 50 punten extra, en houd de score bij voor twee tot vier spelers, tot de eindscore.

Een woord is de som van zijn letterwaarden, waarbij een nieuw blokje op dubbele of drievoudige letterwaarde twee of drie keer telt. Daarna verdubbelt of verdrievoudigt een vakje met dubbele of drievoudige woordwaarde het hele woord. Wie alle zeven letters van het plankje in één zet legt, krijgt 50 punten extra.

Punten van een zet

Punten voor deze zet

0

  • Blokjes van het plankje gelegd0

Scoreformulier

Houd de score bij van een klassiek spel voor 2 tot 4 spelers, of van een spel in duplicate, alleen of met hoogstens 4. Het formulier blijft alleen in deze browser, dus na herladen is het er nog.

Letterverdeling
Printen

Een leeg scoreformulier voor een klassiek spel of voor duplicate, of de letterblokjes van de editie om af te strepen zodra ze gelegd zijn.

Typ een woord en geef per letterblokje het vakje aan, of leg de blokjes op het bord, waarna de teller de vakjes zelf afleest. De punten van de zet volgen met de Nederlandse letterwaarden. Daaronder houd je de score van een heel spel bij. Dat kan om de beurt voor twee tot vier spelers, met de huisregels of de regels van de Nederlandse bond, of in duplicate.

Zo tel je de punten van een zet

Een zet bestaat uit nieuwe letterblokjes, vaak aangevuld met letters die er al liggen. Alleen een nieuw blokje laat het vakje eronder meetellen; een oud blokje brengt nog slechts zijn letterwaarde in. Per woord komt eerst de som van de letters, met de lettervakjes erin verwerkt, en pas daarna de vermenigvuldiging van een woordvakje. Vormt de zet meer dan één woord, dan krijgt elk woord een eigen som.

Er zijn vier soorten bonusvakjes. In het reglement van de Nederlandse bond (SBNL) heten ze 2x en 3x letterwaarde en 2x en 3x woordwaarde; aan de keukentafel zegt men meestal dubbel en drievoudig.

  • Dubbele letterwaarde: de letter op dit vakje telt twee keer.
  • Drievoudige letterwaarde: de letter op dit vakje telt drie keer.
  • Dubbele woordwaarde: de som van het woord gaat maal twee, nadat de letters zijn opgeteld.
  • Drievoudige woordwaarde: die som gaat maal drie.

Neem INDEX, met de I op een vakje met dubbele woordwaarde en de X op drievoudige letterwaarde. De X telt dan drie keer, en daarna gaat de hele som maal twee: (1 + 1 + 2 + 1 + 8 × 3) × 2 = 58 punten. Zo'n som zet de puntenteller onder elk woord, zodat iedereen aan tafel kan nalopen hoe een score tot stand kwam.

Raakt de zet andere woorden, dan telt elk woord mee dat ontstaat of verandert. Leg je BOEK naar beneden zodat de K vóór AAS komt, dan vormt diezelfde K ook KAAS. Ligt die K op 3x letterwaarde, dan telt hij in beide woorden drie keer. BOEK geeft 3 + 1 + 1 + 3 × 3 = 14. KAAS geeft 3 × 3 + 1 + 1 + 2 = 13, samen 27 punten.

In de teller typ je het hoofdwoord en hoogstens zeven kruisende woorden, elk van ten hoogste 15 letterblokjes. Een tik op een blokje opent een paneel met het vakje eronder, de keuze voor een blanco en de optie ‘Ligt al op het bord’. Bij getypte woorden geven de spelers zo zelf aan welke vakjes er bedekt zijn; op het bord leest de teller dat zelf af.

Dat de teller rekent zoals het hoort, blijkt uit de voorbeelden met een bekende uitkomst onderaan: twee openingszetten waarvan Onze Taal het totaal noemt. Deze teller staat op zichzelf: SCRABBLE is een merk van Mattel, en van Hasbro in de Verenigde Staten en Canada, en geen van beide is verbonden aan deze site.

Punten per letter in de Nederlandse set

De Q is met 10 punten het duurste letterblokje van de Nederlandse set. De A, E, I, N en O van 1 punt zijn samen goed voor 44 van de 100 letters.

Punten en aantal blokjes per letter
PuntenLettersAantal blokjes
1A, E, I, N, O44
2D, R, S, T20
3B, G, K, L, M, P16
4F, H, J, U, V, Z13
5C, W4
8X, Y2
10Q1
0blanco2

Volgens artikel I.5 van het SBNL-reglement telt de set 102 letterblokjes: 100 letters en twee blanco's. De E komt het vaakst voor, 18 keer, en de N 10 keer. Alle letters samen zijn 230 punten waard. Thuis heten de blokjes ook steentjes of tegels, en het getal op elk blokje is de letterwaarde.

Een IJ-blokje zit er niet bij: de IJ leg je als een I en een J, op twee vakjes. Typ je IJ in de teller, dan worden het ook twee blokjes. IJS op gewone vakjes geeft zo 1 + 4 + 2 = 7, voor drie blokjes.

Accenten tellen niet mee: een é of ë is gewoon een E. De punten per letter verschillen per taal, en de teller kent ook de sets van zes andere talen. De Z is in het Frans 10 punten waard en in het Nederlands 4. Welke woorden er van de letters op een plankje te maken zijn, met hun punten, toont woorden maken van letters.

Telt een bonusvakje twee keer?

Nee, een bonusvakje telt alleen in de beurt waarin er een nieuw blokje op komt te liggen. Gaat er later een woord door die letter, dan telt alleen nog het getal op het blokje zelf; zo staat het in de Engelse spelregels van Mattel. Een Nederlandse versie van die spelregels is online niet te vinden.

Bedekt één woord twee vakjes met dubbele woordwaarde, dan gaat de som maal 4. Twee vakjes met drievoudige woordwaarde maken er maal 9 van. Een voorbeeld is LETTERS over twee dubbele woordvakjes, met de tweede T als oud blokje. Dat geeft (3 + 1 + 2 + 2 + 1 + 2 + 2) × 4 = 52.

Ook het middelste vakje, gemerkt met een sterretje, werkt zo: het verdubbelt alleen het woord van de eerste zet, waarin een letter op dat vakje komt. Wie later een woord door die letter legt, krijgt er alleen de letterwaarde voor.

Bij een getypt woord markeer je een blokje dat er al lag als ‘Ligt al op het bord’. Het vakje eronder telt dan niet meer mee, ook als het een bonusvakje is, en de streepjesrand laat zien welke blokjes oud zijn. Op het bord hoeft dat niet: daar weet de teller zelf welke blokjes er eerder lagen.

De bordweergave: blokjes leggen in plaats van typen

Een zet kan ook op een bord van 15 bij 15 vakjes, met dezelfde bonusvakjes als het spelbord. Kies daarvoor ‘Blokjes op het bord leggen’ boven het zetvak. De teller ziet dan zelf welke vakjes de nieuwe blokjes bedekken en welke woorden ze vormen, de kruisende woorden inbegrepen.

Elk vakje heeft een naam uit een letter en een getal. De rijen heten A tot en met O, van boven naar beneden, en de kolommen 1 tot en met 15, van links naar rechts. Het middelste vakje is zo H8.

Tik op het vakje waar het woord begint; een tweede tik draait de richting, net als de knoppen ‘Horizontaal’ en ‘Verticaal’. Typ dan de letters van je plankje. Ze vullen de vrije vakjes op die lijn en slaan vakjes over waar al een blokje ligt. Zo'n oud blokje hoort bij het woord, maar telt alleen met het getal dat erop staat. Een tik op een nieuw blokje maakt er een blanco van.

Een voorbeeld op een leeg bord: PLANK naar rechts vanaf H4. De P ligt op dubbele letterwaarde en de K op H8, het middelste vakje, dus (3 × 2 + 3 + 1 + 1 + 3) × 2 = 28. Daarna komt KRAAN naar beneden vanaf F6. Je typt alleen K, R, A en N, want de teller springt over de A van PLANK. De K op F6 en de N op J6 tellen elk drie keer: 3 × 3 + 2 + 1 + 1 + 1 × 3 = 16.

Een zet die niet kan, weigert de teller met een melding. Alle nieuwe blokjes moeten in één rij of kolom liggen, zonder leeg vakje ertussen, en ze moeten een blokje raken dat er al ligt. De eerste zet bedekt H8 en telt minstens twee blokjes.

Zetten die vanaf het bord op het scoreformulier komen, blijven liggen voor de volgende beurt; getypte woorden verschijnen er niet op. Zonder formulier houdt ‘Op het bord leggen’ de blokjes vast, en met een formulier krijgt die knop er ‘zonder score’ bij. ‘Bord leegmaken’ haalt zulke losse blokjes weer weg. Voor de Poolse waarden van Literaki staat de bordweergave uit, want dat spel heeft een eigen indeling.

Alle zeven letters gelegd: 50 punten extra

Wie in één beurt alle zeven letters van het plankje legt, krijgt 50 punten extra bovenop de woorden van die zet. De SBNL legt dat vast in artikel III.8 van haar reglement, en volgens Mattel komt die bonus pas na het verdubbelen of verdrievoudigen.

Onze Taal noemt AQUAGYM als openingszet van 130 punten. Daarbij ligt de Q op dubbele letterwaarde en een letter op het middelste vakje. Het woord geeft dan (1 + 10 × 2 + 4 + 1 + 3 + 8 + 3) × 2 = 80. Met 50 punten extra wordt dat 130. QALYTJE komt op dezelfde manier op (10 × 2 + 1 + 3 + 8 + 2 + 4 + 1) × 2 = 78, plus 50 is 128.

De teller telt de bonus alleen als er precies zeven nieuwe blokjes in de zet zitten. Dat aantal komt uit het woord met de meeste nieuwe blokjes; het hoofdwoord bevat ze allemaal. Komen er meer dan zeven nieuwe blokjes uit, dan vraagt de teller om de blokjes te markeren die er al lagen.

Kort gezegd gaat het tellen van een zet zo. Elk letterblokje heeft een letterwaarde, van 1 punt voor de E tot 10 voor de Q, en een blanco is 0 waard. Ligt een nieuwe letter op dubbele of drievoudige letterwaarde, dan telt die twee of drie keer. De letters van het woord worden opgeteld, en die som gaat maal twee of drie voor elk nieuw bedekt vakje met dubbele of drievoudige woordwaarde. Elk ander woord dat de zet vormt of verlengt, telt op dezelfde manier mee.

Wie een vol plankje van zeven letters in één beurt leegspeelt, krijgt daarna nog 50 punten extra. Een bonusvakje telt alleen in de beurt waarin het bedekt wordt. Aan het eind gaan de overgebleven letters van ieders score af, en wie uitging, krijgt die punten erbij.

Een scoreformulier voor twee tot vier spelers

Onder de zet staat het formulier, met namen als je die wilt, de keuze wie begint en de regels: huisregels of wedstrijdregels. Bij ‘Soort spel’ kies je een klassiek spel om de beurt, zoals hier beschreven, of duplicate, dat verderop aan bod komt. Het formulier blijft alleen in deze browser bewaard. Het zit niet in de link, en het gaat nergens heen.

Tijdens het spel staan ieders totaal en de speler aan de beurt bovenaan. Een uitgerekende zet gaat met één knop naar die speler, waarna het zetvak weer leeg is. Wie liever zelf telt, typt de punten in, tot 2.000 per zet. De link onder de teller bevat alleen de zet en de editie, nooit namen.

‘Passen’, ‘Ruilen’ en ‘Woord teruggenomen’ leveren elk 0 punten op en geven de beurt door. De laatste knop is voor een woord dat na aanvechten van het bord gaat: volgens de uitgever neemt die speler het woord terug en verliest de beurt.

Met ‘Strafpunten’ gaan punten van een speler af zonder dat er een beurt verstrijkt. Het paneel stelt het getal van de gekozen regels voor, of 10 als die regels geen straf in punten kennen. ‘Laatste regel ongedaan maken’ haalt de laatste regel weg, en het formulier wissen vraagt twee tikken.

Een tabel toont de beurten per ronde, zoals een wedstrijdblad op een toernooi. Het formulier beëindigt het spel nooit zelf: bereikt de reeks gepaste beurten de grens van de gekozen regels, dan verschijnt alleen een melding. Voor een sport met een eigen telling is er op deze site een scorebord om de padelscore bij te houden.

Einde van het spel en de eindscore

Volgens het Engelse instructieblad van Mattel eindigt het spel als het zakje leeg is en een speler alle letters heeft gelegd. Het eindigt ook als alle spelers twee keer achter elkaar hebben gepast. Met twee spelers is dat na vier keer passen, met drie na zes en met vier na acht.

Daarna wordt de eindscore opgemaakt: de overgebleven letters op elk plankje kosten hun eigen speler punten, en wie uitging, krijgt de punten van alle anderen erbij. Een blanco telt daarbij voor 0.

Bij de SBNL eindigt een partij al na drie keer achter elkaar passen, zonder woord en zonder ruil. Gaat een speler uit, dan is het meteen afgelopen, zonder nabeurt voor de ander. Wie uitging, krijgt de punten van de letters van de tegenstander erbij, en bij de tegenstander komen ze in mindering.

Het reglement rekent beide gevallen voor. Na passen eindigt een stand van 450 tegen 460, met 4 en 15 punten aan letters over, op 446 tegen 445: de achterstand wordt zo een kleine voorsprong. Gaat de speler met 510 punten uit terwijl de ander nog 6 punten aan letters heeft, dan wordt het 516 tegen 514.

Na ‘Spel beëindigen’ typ je per speler de letters die nog op het plankje staan, met een ? voor een blanco, of meteen hun punten. Het vak van de speler die uitging, blijft leeg; dat kan maar bij één speler. De eindtabel toont de score vooraf, de verrekening, de eindstand en de plaatsen, en een gelijke score deelt een plaats.

‘Uitslag kopiëren’ kopieert de uitslag als tekst, zonder link. ‘Nieuw spel, zelfde spelers’ begint een nieuw spel met dezelfde namen, waarin de volgende speler opent.

Wedstrijdregels van de SBNL

In wedstrijden volgens het SBNL-reglement vecht niemand een woord aan tafel aan. Volgens artikel III.10 van het reglement controleert de jury de woorden na afloop. Een fout woord kost de score van die beurt plus 20 strafpunten.

Volgens artikel I.6 krijgt elke speler 20 tot 30 minuten op de wedstrijdklok. Strafpunten voor tijd kent het reglement niet: wie de tijd overschrijdt, verliest de partij.

Welke woorden gelden, staat in de officiële woordenlijst (SWL) van Van Dale, die het reglement in artikel I.4 aanwijst. Die lijst telt 254.957 woorden. Een blanco krijgt bij het leggen een letter die de speler noemt, en volgens artikel III.9 blijft dat de rest van de partij zo.

Met de wedstrijdregels op het scoreformulier verschijnt de melding na drie keer passen, en het strafpuntenpaneel stelt 20 voor. De score van de foute beurt komt daar nog bij; die typ je zelf. Deze regels gelden voor twee spelers, dus met drie of vier volgt het formulier de huisregels.

Wie twijfelt over een woord, kan ‘Woorden controleren in een open woordenlijst’ aanzetten. De teller downloadt dan de vrije woordenlijst van Stichting OpenTaal, dezelfde als die van de woordzoekers op deze site. Bij elk woord verschijnt ‘Staat in de lijst’ of ‘Staat niet in de lijst’.

Die lijst is niet de SWL. Een woord kan in een wedstrijd gelden en bij OpenTaal ontbreken, of andersom, dus het oordeel van de jury of de tafel blijft beslissen. Wat je typt, gaat nergens heen: alleen het lijstbestand wordt opgehaald. De punten telt de teller hoe dan ook, ook voor een woord dat er niet in staat.

Duplicate: dezelfde letters en een top per ronde

Bij duplicate krijgen alle spelers elke ronde dezelfde letters. Ieder zoekt een zet, schrijft die op en telt de punten. De zet met de meeste punten, de top, komt daarna voor iedereen op het bord, zodat de volgende ronde van hetzelfde bord uitgaat. Een eigen plankje is er dus niet, en aan het eind valt er geen letter te verrekenen.

Op het scoreformulier kies je daarvoor ‘Duplicate: iedereen dezelfde letters’, met één tot vier spelers. Wie alleen speelt, speelt tegen de tops. Elke ronde krijgt een regel met de top en de score van iedere speler, en elk vakje blijft te wijzigen. Daaronder staan de totalen en per speler het verschil met de som van de tops en het deel dat daarvan gehaald is.

Onder een uitgerekende zet staat een knop als ‘+28 voor Speler 1’, die het eerste lege spelersvakje van de ronde vult. Met ‘28 als top noteren’ gaat dezelfde zet als top in de regel; is hij op het bord ingevoerd, dan komt hij daar te liggen voor de volgende ronde. Een score boven de top van dezelfde ronde geeft een melding, want dat wijst op een tikfout.

Voor de bedenktijd is er een ‘rondeklok’ van 1, 2 en 3 minuten, die bij nul een signaal geeft en een telefoon laat trillen. Het wedstrijdreglement voor duplicate van de FISF, de internationale federatie voor het spel in het Frans, geeft in punt 1.3 hoogstens 3 minuten per zet.

Een eigen voorbeeld van deze site maakt het tellen concreet: twee spelers, drie rondes en tops van 24, 36 en 18, samen 78 punten.

Tops en scores per ronde in het voorbeeld
RondeTopSpeler 1Speler 2
1242420
2363036
318189
Totaal787265

Speler 1 vond de top in ronde 1 en 3 en eindigt op 72: -6 tegenover de tops, ofwel 92,3% ervan. Speler 2 vond alleen in ronde 2 de top en komt op 65, dus -13 en 83,3%. Wie elke ronde de top vindt, staat op 0.

Na ‘Spel beëindigen’ volgt de rangschikking, die ‘Uitslag kopiëren’ als tekst kopieert, en één knop zet dezelfde spelers klaar voor een volgende partij. Het printpaneel heeft een ‘leeg formulier voor duplicate’ en, tijdens een spel, het formulier van dat spel: per ronde de topzet, de top en de score van iedere speler.

Welke letters zitten nog in het zakje?

Dat zijn de letters van de letterverdeling min de letters op het bord en op de plankjes. Bij het begin van een spel met twee spelers zitten er dus 88 van de 102 letterblokjes in het zakje, zodra beide er zeven hebben gepakt.

Het uitklappaneel ‘Letterverdeling’ toont de set letter voor letter, met punten en aantal. Tijdens een spel telt het per letter wat er nog over is, op basis van de zetten die met de teller zijn uitgerekend; in duplicate zijn dat de tops. Zetten die alleen als punten zijn getypt, tellen daar niet mee, en een regel meldt hoeveel dat er zijn.

Twee getallen staan erboven: wat nog niet op het bord ligt, en wat in het zakje zit zolang elk plankje vol is. Dat tweede getal is het eerste min zeven per speler. Is een letter vaker gelegd dan de set bevat, dan verschijnt een waarschuwing.

Op papier gaat het met het letteroverzicht uit het printpaneel: een hokje per letterblokje van de editie, om af te strepen zodra het op het bord ligt.

Veelgestelde vragen

Hoeveel punten is een blanco blokje?

Nul. Een blanco, door veel spelers joker genoemd, kan voor elke letter staan maar telt zelf 0 punten. Een woordvakje onder de blanco telt volgens Mattel wel: de rest van het woord gaat toch maal twee of drie. Stel dat de blanco als Z op dubbele woordwaarde ligt en de A op 3x letterwaarde. Dan geeft ZEBRA (0 + 1 + 3 + 2 + 1 × 3) × 2 = 18.

Hoeveel letters pak je aan het begin?

Zeven. Iedere speler pakt zeven letterblokjes uit het zakje en zet ze op het plankje. Na elke zet vult die speler aan tot er weer zeven staan, zolang het zakje niet leeg is. Met vier spelers gaan er zo meteen 28 van de 102 blokjes uit het zakje.

Mag je ruilen als het zakje bijna leeg is?

Volgens de huisregels van de uitgever wel: die noemen geen minimum. De wedstrijdregels van de SBNL verbieden ruilen zodra er zes of minder letterblokjes in het zakje zitten (artikel III.1), en ook Mattel noemt die grens voor wedstrijden. Ruilen kost altijd de beurt: er komt geen woord op het bord en de score blijft gelijk.

Wie begint?

Volgens het instructieblad van Mattel pakt iedere speler één letter uit het zakje; wie het dichtst bij de A zit, begint, en een blanco gaat zelfs voor de A. Op het scoreformulier kies je wie begint. Na ‘Nieuw spel, zelfde spelers’ opent de volgende speler het nieuwe spel.

Telt de eerste zet dubbel?

Ja. Het eerste woord moet volgens artikel III.4 van het SBNL-reglement een letter op het middelste vakje hebben, en dat vakje heeft dubbele woordwaarde. WOORD met de tweede O op het sterretje geeft (5 + 1 + 1 + 2 + 2) × 2 = 22. Volgens Mattel bestaat het eerste woord bovendien uit minstens twee letters.

Wat gebeurt er met de letters die overblijven?

Hun punten gaan af van de score van de speler die ze nog heeft. Blijven er een X en een A over, dan kost dat 9 punten, en die 9 gaan naar wie uitging. Ging niemand uit, bijvoorbeeld na passen, dan verliest ieder alleen de eigen letters. In de teller typ je de letters of hun punten na ‘Spel beëindigen’.

Is woordwaarde hetzelfde als bij geocaching?

Nee. Bij geocaching betekent woordwaarde berekenen meestal dat je de plaats van elke letter in het alfabet optelt, van A = 1 tot Z = 26. Deze teller telt de punten op de letterblokjes van het spel. De Q is de zeventiende letter van het alfabet, maar hier 10 punten waard, en de E is hier 1 punt in plaats van 5.

Is er een scoreformulier om te printen?

Ja. Het printpaneel maakt een leeg scoreformulier voor het gekozen aantal spelers, met 24 rondes, een regel voor de overgebleven letters en een eindregel. Bij twee spelers komt er een kolom voor het woord bij. Voor duplicate is er een apart leeg formulier, met per ronde de topzet, de top en een kolom per speler. Daarnaast is er het letteroverzicht om af te strepen, en het formulier van het lopende spel zodra dat beurten heeft. Zo'n scoreblok op papier werkt ook zonder telefoon aan tafel.

Gecontroleerd op bekende uitkomsten

Elk geval hieronder heeft een uitkomst die door de bron vastligt of er met de hand uit is berekend. De tool rekent die bij elke publicatie na, en een pagina die afwijkt gaat niet online.

Bronnen

De cijfers en regels op deze pagina zijn op gecontroleerd aan de hand van deze publicaties.

Vergelijkbare tools