Onderwijs
Hulpmiddelen voor in de klas: een decibelmeter met stoplicht en eigen grens, en verteldobbelstenen met plaatjes om verhalen te vertellen.
- Decibelmeter online voor in de klasMeet het geluid in de klas met de microfoon van je laptop of telefoon: een stoplicht in groen, oranje en rood tegen je eigen grens, ook op het digibord.
- Verteldobbelstenen: gooi plaatjes en verzin een verhaalGooi 1 tot 9 dobbelstenen met plaatjes in je browser en verzin er een verhaal bij. Met 6 sets, beurten, een timer, verhaalstarters en een bouwplaat.
Hulpmiddelen voor in de klas
De rubriek Onderwijs verzamelt hulpmiddelen die direct in de browser werken, op het apparaat dat het digibord of de beamer aanstuurt, zonder account of installatie. Het eerste is de decibelmeter voor in de klas: die meet het geluid met de microfoon van een laptop, tablet of telefoon en toont een stoplicht dat groen, oranje of rood wordt tegen een grens die de leerkracht kiest.
Voor elke werkvorm staat een startgrens klaar, van 50 dB(A) voor stil werken tot 80 dB(A) voor praktisch werk of spel. De meter houdt per sessie het gemiddelde niveau en de tijd boven de grens bij. Hij rekent ook de dagelijkse blootstelling van een leerkracht uit, zoals het Arbobesluit die vergelijkt met zijn actiewaarden. Alle getallen blijven schattingen totdat iemand de meter kalibreert tegen een echte geluidsmeter.
Verteldobbelstenen om te vertellen en te schrijven
De verteldobbelstenen gooien tot 9 dobbelstenen met plaatjes uit 6 reeksen, en een leerling, een groep of de hele klas vertelt of schrijft een verhaal waarin elk plaatje voorkomt. Kerndoel 3 van de kerndoelen Nederlands vraagt dat leerlingen taal op een creatieve manier gebruiken, en de dobbelstenen geven dat verhaal een begin.
Om de beurt vertelt iedere speler verder aan hetzelfde verhaal, met een timer per beurt, een verhaalstarter en de naam van elk plaatje onder de dobbelsteen. Dezelfde worp gaat met een link naar de klas, en elke dobbelsteen print als bouwplaat met ribben van 3,5 cm om zelf te vouwen.
Waarom geluid in de klas ertoe doet
Leren in een klas draait om verstaan: wat de leerkracht of een klasgenoot zegt, moet boven het andere geluid uitkomen. De WHO schrijft in haar richtlijnen uit 1999 dat ingewikkelde boodschappen op school een verschil van minstens 15 dB tussen spraak en achtergrondgeluid nodig hebben. Volgens het overzicht van Shield, Greenland en Dockrell uit 2010 hebben de jongste klassen nog meer marge nodig.
Wordt het rumoeriger, dan gaan sprekers vanzelf harder praten. Dat heet het Lombard-effect, naar Lombard, die het in 1911 beschreef. Bottalico en collega's maten in 2017 dat de stem boven ongeveer 43,3 dB(A) lawaai met 0,65 dB stijgt voor elke decibel lawaai erbij. Voor een leerkracht in een drukke klas betekent dat: de hele dag harder praten dan in een stil lokaal.
Normen voor schoolgebouwen gaan vooral over het lege lokaal: het geluid van installaties en verkeer, en de nagalmtijd. Die waarden zijn geen doel voor een klas aan het werk, maar de basis waarop leerlingen en leerkracht elkaar kunnen verstaan.
Een stiltegrens per werkvorm
Een passende grens hangt af van wat de klas op dat moment doet: een toets vraagt om een andere grens dan groepswerk. De meter heeft daarom een startgrens per werkvorm. Elke grens is een eigen keuze van deze site en ligt een paar decibel boven het niveau dat Shield, Greenland en Dockrell in hun overzicht uit 2010 voor die werkvorm in basisschoollokalen beschreven.
- Stil werken of een toets: 50 dB(A), tegen ongeveer 44 dB bij zwijgende leerlingen in het overzicht.
- Stillezen: 60 dB(A), tegen ongeveer 56 dB.
- Zelfstandig werken met wat overleg: 68 dB(A), de grens waarop de meter standaard staat, tegen ongeveer 65 dB.
- Groepswerk: 76 dB(A), tegen 70 tot 77 dB.
- Praktisch werk of spel: 80 dB(A), een grens die de site zelf kiest, want het overzicht noemt voor die werkvorm geen apart niveau.
Een grens kan ook uit de klas zelf komen. De knop Grens instellen op de klas legt de grens 3 dB boven het stabiele niveau van dat moment. De leerkracht drukt erop terwijl de klas werkt op een niveau dat acceptabel is, zodat het licht pas rood wordt als het rumoeriger wordt dan dat. Daarna schuift de grens met de pijltjestoetsen per decibel omhoog of omlaag.
Onder de grens ligt een oranje marge, standaard 5 dB breed, die waarschuwt voordat het licht op rood springt. De standaardreactie Stabiel kijkt naar de middelste waarde van de laatste 5 s, zodat een kuch of een vallend boek het licht niet meteen rood maakt. Zonder kalibratie blijven alle grenzen schattingen. Met hetzelfde apparaat op dezelfde plek worden lessen in elk geval onder gelijke omstandigheden vergeleken.
Op het digibord, de laptop of de telefoon
De hulpmiddelen in deze rubriek werken op elk apparaat met een recente browser. Wat de klas ziet en wat de microfoon hoort, hangt af van het apparaat waarop de meter draait.
- Digibord of beamer: het stoplicht op volledig scherm, groot genoeg voor de hele klas.
- Laptop of computer: de ingebouwde microfoon of een aangesloten USB-microfoon, die je in de meter kiest.
- Telefoon of tablet: op de lessenaar, met het scherm aan zolang er gemeten wordt, als de browser dat ondersteunt.
Bij de start vraagt de browser toestemming voor de microfoon, en zolang die aan staat, laat de browser dat zien. Het geluid wordt alleen in de pagina geanalyseerd: niets wordt opgenomen, bewaard of verstuurd. Alleen een kalibratie die iemand opslaat, blijft in die ene browser, en een gedeelde link bevat de instellingen, nooit geluid.