Verteldobbelstenen: gooi plaatjes en verzin een verhaal

Gooi 1 tot 9 dobbelstenen met plaatjes in je browser en verzin er een verhaal bij. Met 6 sets, beurten, een timer, verhaalstarters en een bouwplaat.

Met deze verteldobbelstenen online gooi je in de browser 1 tot 9 dobbelstenen met plaatjes, standaard 9. Elke dobbelsteen valt op een van zijn 6 plaatjes, en daarbij verzin je een verhaal waarin alle plaatjes terugkomen. Er zijn 6 sets van 9 dobbelstenen, samen 324 plaatjes.

Jouw dobbelstenen

  • ?
  • ?
  • ?
  • ?
  • ?
  • ?
  • ?
  • ?
  • ?

Tik op Gooi de dobbelstenen om te gooien.

Tik op een plaatje zodra het in het verhaal zit. Het slotje zet een dobbelsteen vast; het pijltje gooit alleen die dobbelsteen opnieuw.

Instellingen

Plaatjessets

Vink één set aan of meng er een paar: de dobbelstenen komen uit elke set die aangevinkt is.

De dobbelstenen printen om zelf te maken

Elke dobbelsteen wordt een bouwplaat van een kubus met ribben van 3,5 cm, 2 per A4. Print op 100 %, knip langs de doorgetrokken lijnen, vouw langs de stippellijnen en plak de grijze plakranden aan de binnenkant.

Dobbelstenen met een plaatje op elke kant, om alleen of om de beurt een verhaal bij te vertellen, met 2 tot 8 spelers. Met 6 Nederlandse plaatjessets, een timer per beurt, verhaalstarters, een groot scherm voor het digibord en een bouwplaat om de dobbelstenen te printen.

Plaatjes gooien in de browser

Een verteldobbelsteen is een kubus met op elke zijde een plaatje in plaats van stippen. Voor de eerste worp staan er alleen vraagtekens op tafel: er valt pas iets als je op Gooi de dobbelstenen tikt. Dan kiest de browser voor elke dobbelsteen een zijde, met dezelfde kans voor elk plaatje. Wat er boven ligt, is het materiaal voor het verhaal.

Na de worp staat onder elk plaatje de naam in het Nederlands. Die namen staan standaard aan en gaan uit met Namen van de plaatjes tonen. Het zijn emoji, getekend in de set Twemoji, die onder een CC BY 4.0-licentie staat. Daardoor zien ze er op elke telefoon, tablet en computer hetzelfde uit, ook als het toestel zelf andere emoji heeft.

Na de eerste worp heet de grote knop Alles opnieuw gooien; die gooit een volledig nieuwe worp. Een app, een account of een download is niet nodig, want alles draait gewoon in de browser.

Hoe vertel je een verhaal met dobbelstenen?

Je gooit, bekijkt wat er boven ligt en verzint een verhaal waarin elk plaatje een plek krijgt. Wat een plaatje betekent, bepaal je zelf: een paraplu kan regen aankondigen, maar ook een schuilplaats of een vliegmachine worden.

Een verhaal vertellen bij een worp gaat vaak in drie delen. In het begin komen de hoofdpersoon en de plaats, vaak na 'Er was eens'. In het midden krijgt de hoofdpersoon een probleem of een wens, en daar zit de spanning. Het slot brengt de oplossing. Elk plaatje kan een van de personages, een voorwerp, een plek of een gebeurtenis worden. Bij een worp van 9 stuks horen er dan 3 bij elk deel.

Stel dat de set Alledaags valt op Sleutel, Kind, Hamster, Stoomtrein, Koekje, Teddybeer, Regenboog, Gitaar en Verbaasd. Dan horen Sleutel, Kind en Hamster bij het begin, Stoomtrein, Koekje en Teddybeer bij het midden en Regenboog, Gitaar en Verbaasd bij het slot. Een tik op een plaatje zet er een vinkje bij zodra het in het verhaal zit. Een regel telt hoeveel plaatjes al gebruikt zijn en meldt het wanneer ze er allemaal in zitten.

Geen ministerie, bond of uitgever legt regels vast voor dit vertelspel. De speelwijzen op deze pagina zijn daarom de eigen keuzes van deze site. Ook of elk plaatje echt gebruikt moet worden en of een plaatje iets anders mag betekenen, spreekt de groep zelf af.

Hoeveel dobbelstenen heb je nodig?

Je kiest zelf 1 tot 9 stenen, en standaard liggen er 9 op tafel, die samen 10.077.696 combinaties kunnen tonen. Elke dobbelsteen extra vermenigvuldigt het aantal mogelijke worpen met 6, omdat hij op 6 zijden kan vallen.

Mogelijke combinaties per aantal stenen
DobbelstenenCombinaties
16
236
3216
41.296
57.776
646.656
7279.936
81.679.616
910.077.696

Die aantallen tellen alleen welke plaatjes boven liggen. Telt ook de volgorde van de dobbelstenen mee, dan kunnen de 9 stenen van één set op 3.656.994.324.480 manieren op een rij vallen.

Bij een kleiner aantal trekt de browser de stenen uit de aangevinkte sets, in een willekeurige volgorde en zonder dat er een twee keer meedoet. Met één set en 9 stuks landen ze allemaal; alleen de volgorde wisselt.

Om de beurt vertellen met een groep

Naast één verteller kunnen ook 2 tot 8 spelers om de beurt vertellen, standaard 3. Onder Zo speel je staan drie speelwijzen, en namen invullen is niet verplicht.

  • Eén verteller: één persoon vertelt één verhaal met elk plaatje erin.
  • Om de beurt, één verhaal: iedereen bouwt verder aan hetzelfde verhaal, met 1, 2 of 3 dobbelstenen per beurt, standaard 3.
  • Om de beurt, ieder een eigen verhaal: bij Volgende beurt krijgt de volgende speler een nieuwe worp en vertelt een eigen verhaal.

Bij één gezamenlijk verhaal gaan de stenen in groepjes van links naar rechts, en de spelers volgen elkaar op. Na de laatste speler is de eerste weer aan de beurt. De dobbelstenen van de andere beurten worden lichter getoond, en bij de laatste beurt meldt het scherm dat die beurt het verhaal afmaakt.

Met 9 dobbelstenen, 4 spelers en 2 dobbelstenen per beurt duurt een verhaal 5 beurten, en speler 1 vertelt het slot met plaatje 9.

Beurten bij 4 spelers en 2 dobbelstenen per beurt
BeurtSpelerPlaatjes
111 en 2
223 en 4
335 en 6
447 en 8
519

Met 3 spelers en 3 dobbelstenen per beurt krijgt ieder precies één deel van het verhaal. Speler 1 vertelt het begin met de plaatjes 1 tot en met 3, speler 2 het midden en speler 3 het slot met de plaatjes 7 tot en met 9.

Per beurt is een timer in te stellen op 30 seconden, 1 minuut, 90 seconden, 2 minuten, 3 minuten en 5 minuten, of op Geen timer. Je start hem, pauzeert, gaat verder of zet hem terug. Bij nul verschijnt De tijd is om!, klinken drie korte tonen en trilt de telefoon als die dat toestaat. De beurt gaat niet vanzelf door: dat gebeurt pas bij Volgende beurt, en die knop zet de timer ook weer terug.

Hoe lang een verteld of voorgelezen verhaal duurt bij een bepaald aantal woorden, rekent de spreektijd-rekenhulp uit.

6 plaatjessets, vastzetten en opnieuw gooien

Er zijn 6 sets: Alledaags, Sprookjes, Reizen en plekken, Dieren en natuur, Ruimte en wetenschap en Werkwoorden. Elke set telt 9 stenen met elk 6 plaatjes, dus 54 plaatjes per set. Geen plaatje komt in twee sets voor, zodat er 324 verschillende zijn.

In Sprookjes zitten onder meer 'Kroon', 'Prinses' en 'Prins', en Ruimte en wetenschap begint met 'Raket', 'Vliegende schotel' en 'Ruimtewezen'. De set Werkwoorden bevat handelingen, zoals 'Rennen', 'Wandelen' en 'Zwemmen', en geeft een verhaal vooral iets te doen. Wie meer sets aanvinkt, mengt ze: de worp komt dan uit elke aangevinkte set.

Bij elke steen staan een slotje en een pijltje. Met het slotje kun je er een vastzetten, zodat hij blijft liggen. De grote knop heet dan Gooi de dobbelstenen die niet vastliggen: dezelfde dobbelstenen blijven op tafel, maar de losse vallen op een nieuw plaatje. Met het pijltje kun je alleen die ene dobbelsteen opnieuw gooien, en Alles opnieuw gooien geeft een volledig nieuwe worp.

Zo past een verhaal zich aan: een plaatje dat al een rol heeft, blijft liggen, en een plaatje waar niemand iets mee kan, krijgt een nieuwe kans. Elke dobbelsteen houdt daarbij zijn eigen 6 plaatjes.

Verhaalstarters en uitdagingen als schrijfopdracht

Een verhaalstarter is een eerste zin waarop het verhaal verder bouwt. Met Een verhaalstarter tonen verschijnt er een uit 34 Nederlandse zinnen, zoals 'Er was eens een molen die op een ochtend de andere kant op begon te draaien...'.

Een uitdaging legt het verhaal een extra voorwaarde op. Met Een uitdaging tonen komt er een uit 30 regels, bijvoorbeeld 'Het verhaal eindigt met een verrassing.' en 'Iemand in het verhaal verklapt een geheim.'. Bij elke nieuwe worp komt er een nieuwe starter of uitdaging, en Andere starter en Andere uitdaging wisselen ze tussendoor. Elke regel komt één keer langs voordat er een terugkomt.

Wie liever schrijft dan vertelt, kan een worp als schrijfopdracht gebruiken: de plaatjes, de starter en de uitdaging vormen samen het vertrekpunt. De worp geeft de fantasie een richting, maar wat er gebeurt, blijft open. Met Worp kopiëren gaan de namen van de plaatjes en de starter of uitdaging als tekst naar het klembord, met een link naar dezelfde dobbelstenen. Zo kan het schrijven later of thuis verder gaan.

Verteldobbelstenen zelf maken met een bouwplaat

Zelf maken kan met een printer, een schaar en lijm. Onder 'De dobbelstenen printen om zelf te maken' print je elke steen als bouwplaat met ribben van 3,5 cm, en er passen 2 bouwplaten op een A4.

Een bouwplaat is hier de bekende uitslag in de vorm van een kruis: 6 vierkanten met de plaatjes en 7 grijze plakranden. Je kiest de worp die op tafel ligt of de complete aangevinkte sets. Eén set beslaat 5 pagina's, alle 6 sets samen 27. De namen onder de plaatjes kunnen mee of weg.

  1. Print op 100 %, zodat de ribben echt 3,5 cm worden.
  2. Knip langs de doorgetrokken lijnen.
  3. Vouw langs de stippellijnen.
  4. Plak de grijze plakranden aan de binnenkant, zodat er een gesloten kubus ontstaat.

Na het knippen volgen het vouwen en plakken, en dan liggen er echte vertelstenen op tafel.

In de klas: kleuters, groep 5 en de kerndoelen

Op de basisschool passen plaatjesdobbelstenen bij vertellen en bij schrijven. Voor kleuters die nog niet lezen, kunnen de namen uit, zodat alleen het plaatje overblijft om bij te vertellen. Vanaf groep 5 kan dezelfde worp een geschreven verhaal met begin, midden en slot opleveren.

Het Besluit vernieuwde kerndoelen Nederlands en rekenen en wiskunde (Staatsblad 2026, 198) bevat kerndoel 3, 'De leerling produceert teksten'. Een onderdeel daarvan luidt 'De leerling gebruikt taal op een creatieve manier'. Daaronder vallen het 'verwoorden van eigen ideeën, gedachten, ervaringen, gevoelens en fantasieën' en het 'waarderen van creatief taalgebruik'. Kerndoel 9 vraagt te beschrijven 'welk probleem of welke wens van een hoofdpersoon de motor van het verhaal is'.

Een worp met plaatjes past bij die kerndoelen, maar ze noemen geen dobbelstenen en schrijven geen werkvorm voor. Volgens SLO gelden de nieuwe kerndoelen uit 2025 sinds augustus 2026, en moeten alle scholen in augustus 2031 onderwijs geven dat erop gebaseerd is.

Stichting Lezen beschrijft een meta-analyse van 38 studies over voorlezen: kinderen die vragen kregen over afbeeldingen, karakters en gebeurtenissen in het verhaal, gingen meer vooruit in hun woordenschat. Dat onderzoek ging over voorlezen en praten over plaatjes, niet over dobbelstenen. Wat een leerkracht ermee doet, blijft een eigen keuze.

Op het digibord of met een beamer laat Groot scherm de worp het hele scherm vullen, waar de browser dat toestaat; anders vult de worp het venster. Wordt het in de groepjes te druk, dan laat de geluidsmeter voor de klas met een stoplicht zien hoe luid het is.

Veelgestelde vragen

Wat zijn verteldobbelstenen?

Het zijn dobbelstenen met een plaatje op elke kant, waarbij een verhaal verzonnen wordt. Het Algemeen Nederlands Woordenboek omschrijft een gewone dobbelsteen als een 'kleine kubus met veelal afgeronde hoeken, die men werpt bij kansspelen', met een oplopend aantal stippen van één tot zes. Bij de vertelversie vervangen plaatjes die stippen. Ook de namen verhaaldobbelstenen en vertelstenen komen voor.

Wat zijn verteldobbelstenen voor kleuters?

Voor kleuters zijn het dobbelstenen met herkenbare plaatjes, zoals 'Huis', 'Sleutel' en 'Deur', waarbij een kind vertelt wat het ziet en wat er gebeurt. Het aantal dobbelstenen kan omlaag tot 1, en de namen onder de plaatjes kunnen uit. Met de bouwplaat liggen dezelfde plaatjes ook als papieren dobbelsteen in de kring.

Hoe begin je een verhaal?

Een vertrouwd begin is 'Er was eens'. Het Lexicon van sprookjes van Dekker, Van der Kooi en Meder noemt 'er was eens' als vaste beginformule van het sprookje. De slotformule is daar 'en zij leefden nog lang en gelukkig'. Wie een ander begin zoekt, kan een verhaalstarter laten verschijnen; de meeste starters zetten al een plaats of een probleem neer.

Moet je alle plaatjes gebruiken?

Dat spreekt de groep zelf af, want er bestaat geen officiële regel. Bij Eén verteller is het doel een verhaal dat elk plaatje gebruikt. Een vinkje per plaatje houdt bij wat al gebruikt is, en de teller meldt 'Alle plaatjes zitten in het verhaal.' zodra ze er allemaal in zitten.

Hoe schrijf je een spannend verhaal?

Spanning ontstaat als de hoofdpersoon iets wil of een probleem heeft en de oplossing nog niet vaststaat. Kerndoel 9 noemt het 'benoemen van verteltechnieken die een schrijver gebruikt om spanning op te bouwen'. Bij de dobbelstenen kan een plaatje in het midden het probleem worden, en een uitdaging of de timer legt er tijdsdruk bovenop.

Hoe verzin je zelf een verhaal?

Een verhaal verzinnen begint vaak bij vragen over één plaatje: wie is het, waar is het, wat gaat er mis en hoe loopt het af. De antwoorden geven een hoofdpersoon, een plaats, een probleem en een oplossing. De andere plaatjes komen onderweg langs, als helper, tegenspeler of onverwachte gebeurtenis.

Werkt het op het digibord?

Ja. De knop Groot scherm zet de dobbelstenen schermvullend op een digibord of beamer, waar de browser dat toestaat. Lukt dat niet, dan vullen ze het venster.

Wordt er iets bewaard van de worp?

Nee. Er worden geen cookies gezet en niets in de lokale opslag bewaard. Een worp blijft alleen bewaard als je de link kopieert: de instellingen staan dan in het adres en de plaatjes achter het hekje, dat nooit naar een server gaat. Namen van spelers komen nooit in de link.

Bronnen

De cijfers en regels op deze pagina zijn op gecontroleerd aan de hand van deze publicaties.

  1. Kerndoelen(opent in een nieuw tabblad)

    SLO, nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling

  2. dobbelsteen(opent in een nieuw tabblad)

    Algemeen Nederlands Woordenboek, Instituut voor de Nederlandse Taal

Vergelijkbare tools