De of het? Lidwoord opzoeken
Typ een zelfstandig naamwoord en zie het lidwoord, het meervoud, het verkleinwoord en de regel erachter, geteld op 108.801 Nederlandse woorden.
Of een woord de of het krijgt, hangt af van het woordgeslacht: mannelijke en vrouwelijke woorden krijgen de, onzijdige woorden het. In het meervoud is het altijd de, en een verkleinwoord is altijd onzijdig. Voor de rest geeft de uitgang alleen een aanwijzing, zoals -ing voor de en -isme voor het.
Typ een zelfstandig naamwoord en zie het geslacht, de lidwoorden en de regel erachter.
- Gemaakt en aan de bronnen getoetst door Muhammad Abdullah Awais
- Cijfers gecontroleerd op
- 8 bronnen
- Werkwijze
Typ een zelfstandig naamwoord en de zoeker toont het lidwoord, het meervoud, het verkleinwoord en het woordgeslacht. Daarbij staat de regel van de uitgang, met hoe vaak die klopt in een lijst van 108.801 Nederlandse woorden. Duits, Frans, Spaans, Italiaans en Pools zitten in hetzelfde menu.
Lidwoord, meervoud en verkleinwoord per woord
De zoeker toont bij elk zelfstandig naamwoord eerst het bepaald lidwoord: het huis, maar de tafel. Daaronder staan het onbepaald lidwoord, dat voor elk woord een is, en het meervoud, dat altijd de krijgt: de huizen. Kent de lijst een verkleinwoord, dan staat dat er ook bij, altijd met het. Onder het lidwoord staat het woordgeslacht: mannelijk, vrouwelijk of onzijdig. Dan volgt de regel van de uitgang, met hoe vaak die in de lijst klopt. Bij waarheid is dat -heid: 98,9% van de 805 woorden met die uitgang is een de-woord. Heeft een woord twee lidwoorden, dan krijgt elke betekenis een eigen regel, zoals het pad en de pad. Een meervoud dat je intypt, zoals huizen, leidt terug naar het enkelvoud huis.
Wie meer woorden tegelijk wil controleren, typt er tot 30 achter elkaar, gescheiden door komma's. De uitkomst is dan een tabel met het woord, de vorm met lidwoord en het geslacht. Zo'n tabel past bij de woordenschatlijst van een NT2-les of bij de kopjes van een formulier.
Het woord en de gekozen taal staan in de link, dus een uitkomst is te delen met Link kopiëren. Een woord zonder accent vindt de vorm met accent. Wat je typt, verlaat je browser niet: de woordbestanden komen van deze site zelf.
Welk lidwoord is onzijdig?
Het lidwoord het hoort bij onzijdige woorden; mannelijke en vrouwelijke woorden krijgen allebei de (Taaladvies.net). Het Nederlands heeft dus drie woordgeslachten, maar maar twee bepaalde lidwoorden. Het geslacht is een eigenschap van het woord, niet van de zaak: een tafel is niet vrouwelijker dan een stoel.
Volgens de Algemene Nederlandse Spraakkunst (ANS, 3.3.2.1) krijgt ongeveer driekwart van de zelfstandige naamwoorden alleen de en ongeveer een kwart alleen het. De telling van de zoeker komt daar dicht bij: van de 108.801 woorden in de lijst is 71,7% een de-woord en 28,3% een het-woord. De ANS voegt eraan toe dat de regels maar een klein deel van de woorden dekken.
Of een de-woord mannelijk of vrouwelijk is, merk je alleen bij het verwijzen: hij of zij, zijn of haar. In het noorden van het taalgebied gelden de-woorden voor zaken in de spreektaal meestal als mannelijk (ANS, 3.3.3). De Woordenlijst zet (m) of (v) achter zo'n woord.
Het woordgeslacht werkt door in de woorden eromheen. Een bijvoeglijk naamwoord krijgt na een geen -e bij een het-woord: een groot huis, maar een grote tafel en het grote huis (Taaladvies.net). Het aanwijzend voornaamwoord volgt ook: dit en dat bij het-woorden, deze en die bij de-woorden (ANS, 5.6.2). Zo zeg je dit boek, maar deze tafel.
Verkleinwoorden en andere het-woorden
Een verkleinwoord is altijd een het-woord, ook als het grondwoord de krijgt: de tafel, maar het tafeltje (Taaladvies.net). Het achtervoegsel -je, -tje, -pje, -etje of -kje beslist, en volgens de ANS gaat die regel altijd voor. Daarom is het meisje onzijdig, hoewel het om een persoon gaat. In de lijst is 98,4% van de 1.930 woorden op -je onzijdig.
Meestal onzijdig zijn ook woorden op -isme, -ment, -um en -sel, en woorden met ge- vooraan en -te achteraan, zoals het gebergte (Onze Taal). Stamwoorden met het voorvoegsel be-, ge-, ont- of ver- zijn vaak het-woorden: het begin, het verband.
Verder krijgen talen, metalen, windrichtingen, sporten en werkwoorden die als zelfstandig naamwoord dienen het: het Nederlands, het goud, het noorden, het tennis, het lopen. Metalen zijn stofnamen, namen voor een stof of materiaal; ook het zout en het water staan zo in de lijst.
Niet elke regel is even sterk. De zoeker noemt een uitgang een betrouwbare regel vanaf 90% en een neiging vanaf 70%; daaronder heet de regel zwak.
| Uitgang | Woorden in de lijst | Aandeel het-woorden | Oordeel |
|---|---|---|---|
| -je (verkleinwoord) | 1.930 | 98,4% | betrouwbare regel |
| -isme | 843 | 99,5% | betrouwbare regel |
| -ment | 414 | 96,9% | betrouwbare regel |
| -um | 958 | 89,6% | neiging |
| -sel | 521 | 86,9% | neiging |
| ge-...-te | 52 | 42,3% | zwak |
| -schap | 307 | 80,5% | neiging |
Onze Taal noemt uitzonderingen als de consument, de datum, de mossel, de oksel en de wissel. Bij ge-...-te zijn de gedachte en de gewoonte bekende voorbeelden. In de lijst is 42,3% van de 52 woorden van die vorm onzijdig, dus minder dan de helft.
De-woorden herkennen aan de uitgang
Woorden op -ing, -heid, -iteit, -ij, -ie, -nis, -de, -te, -theek en -tuur zijn meestal de-woorden (Onze Taal). De regering en de waarheid volgen die regel. Ook namen voor personen, dieren, bomen, cijfers en letters krijgen meestal de. Het paard en het kalf zijn uitzonderingen.
| Uitgang | Woorden in de lijst | Aandeel de-woorden | Oordeel |
|---|---|---|---|
| -ing | 2.739 | 97,1% | betrouwbare regel |
| -heid | 805 | 98,9% | betrouwbare regel |
| -iteit | 190 | 100% | betrouwbare regel |
| -ij | 503 | 95% | betrouwbare regel |
| -ie | 2.061 | 94,7% | betrouwbare regel |
| -nis | 122 | 88,5% | neiging |
| -de | 1.169 | 88,9% | neiging |
| -te | 831 | 85% | neiging |
| -theek | 14 | 100% | betrouwbare regel |
| -tuur | 160 | 46,3% | zwak |
Een uitzondering bevestigt hier geen regel, ze telt gewoon mee. Onze Taal noemt het vonnis en het getuigenis bij -nis, en het avontuur bij -tuur. In de lijst is maar 46,3% van de 160 woorden op -tuur een de-woord, zodat de zoeker die uitgang als zwak markeert.
Het achtervoegsel -schap zit ertussenin. Een toestand of groep krijgt de, zoals de vriendschap en de wetenschap; een functie of gebied krijgt het, zoals het landschap en het voorzitterschap. In de lijst is 80,5% van de 307 woorden op -schap onzijdig, dus wetenschap geldt daar als uitzondering.
In het meervoud verdwijnt het verschil: elk woord krijgt dan de, ook een het-woord (Onze Taal). Het huis wordt de huizen, het boek wordt de boeken. De keuze bestaat dus alleen in het enkelvoud, en alleen bij het bepaald lidwoord.
Welk lidwoord krijgt een samenstelling?
Het laatste deel beslist: een samenstelling neemt het lidwoord over van haar tweede lid (ANS, 3.3.2.1). Het is de huissleutel, want de sleutel, en het tuinhek, want het hek. Het eerste deel telt niet mee, dus het huis maakt van de huissleutel geen het-woord.
Het Nederlands vormt voortdurend nieuwe samenstellingen, en geen woordenlijst kan ze allemaal bevatten. Staat er een niet in de lijst, dan zoekt de zoeker een bekend woord aan het eind. Het resultaat heet dan een schatting, met het deel dat de doorslag gaf. Een verkleinwoord aan het eind maakt ook een samenstelling onzijdig.
Eén woord, twee lidwoorden
Sommige woorden hebben twee lidwoorden, en vaak hoort bij elk een eigen betekenis (ANS, 3.3.2.4). Zo'n betekenisverschil zit in het stof en de stof: vuil tegenover textiel. Ook het portier van een auto en de portier bij de ingang zijn twee woorden. Het pad is een weg, de pad een dier.
Bij andere woorden verandert de betekenis niet: het schilderij of de schilderij, het deksel of de deksel, het matras of de matras (ANS, 3.3.2.4). De zoeker meldt dan dat de lijst beide geslachten kent. Bij idee staan het idee en de idee onder één betekenis; de ANS noemt idee bij de woorden waar het lidwoord de betekenis kan veranderen.
De Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie, het Groene Boekje, geeft het geslacht achter elk woord. Er staat (m) voor mannelijk en (v) voor vrouwelijk; ontbreekt zo'n afkorting, dan zijn beide mogelijk (Woordenlijst, Leidraad). Een het-woord dat ook als de-woord voorkomt, krijgt (m/o) of (v/o).
Engelse woorden, afkortingen en nieuwe woorden
Engelse woorden krijgen in het Nederlands een eigen lidwoord, want het Engels kent geen woordgeslacht voor zaken. Het verschilt per woord: de computer, maar het team. Een vaste regel voor leenwoorden geven de bronnen van deze pagina niet. Wel wijst -ment meestal naar het, terwijl Engelse woorden op -ment vaak de-woorden zijn (Onze Taal).
Afkortingen staan soms als zelfstandig naamwoord in de lijst, zoals de btw. Bij de meeste afkortingen hangt het lidwoord af van het belangrijkste woord van de volledige vorm: het CBS, want het bureau. Een schatting op basis van de laatste letters zegt bij een afkorting weinig.
Voor elk woord dat ontbreekt, geeft de zoeker een schatting en zegt dat er duidelijk bij. Eerst zoekt hij een bekend laatste deel, zoals bij een samenstelling. Lukt dat niet, dan telt hij hoe vaak woorden met dezelfde uitgang een de-woord of een het-woord zijn. Is ook de uitgang te zeldzaam, dan volgt geen antwoord.
Der, die, das en le, la: vijf andere talen
Het taalmenu bevat naast het Nederlands ook Duits, Frans, Spaans, Italiaans en Pools. De opbouw is steeds dezelfde: het woord met lidwoord, het meervoud, het geslacht en de regel van de uitgang.
Het Duits houdt drie lidwoorden apart: der, die en das. Zo is das Mädchen onzijdig, net als het meisje, omdat ook daar het verkleinwoord beslist. Die Zeitung volgt de uitgang -ung, in de Duitse lijst voor 99,2% vrouwelijk. Bij Duitse woorden toont de zoeker ook het lidwoord in de vier naamvallen.
Het Frans, Spaans en Italiaans kennen geen onzijdig: la maison is vrouwelijk, terwijl het huis onzijdig is. Een uitgang misleidt soms, zoals bij el problema, dat mannelijk is ondanks de -a. Het Pools heeft geen lidwoorden; daar toont de zoeker de testwoorden ten, ta en to, zoals to okno.
Wie met losse letters puzzelt in plaats van met lidwoorden, vindt bij woorden maken welke woorden in een reeks letters passen.
De woordenlijst achter de antwoorden
De Nederlandse antwoorden komen uit open gegevens: de Wiktionary-ingangen via Wiktextract (kaikki.org) en de Nederlandstalige Wiktionary. Met de lijsten voor de vijf andere talen zijn dat 480.625 zelfstandige naamwoorden, bijgewerkt op 30 september 2026. Elk percentage op deze pagina is op die lijst geteld en komt niet uit een grammatica.
Een open lijst mist soms een zeldzaam of nieuw woord en noemt soms een zeldzaam tweede geslacht. Voor een examen, een contract of een publicatie heeft de Woordenlijst Nederlandse Taal het laatste woord. Hoe de site gegevens en bronnen controleert, staat in de werkwijze.
Veelgestelde vragen
Wanneer gebruik je de en wanneer het?
De hoort bij mannelijke en vrouwelijke woorden en bij elk meervoud. Het hoort bij onzijdige woorden in het enkelvoud, waaronder alle verkleinwoorden. Voor de rest geeft de uitgang een aanwijzing, geen zekerheid: het lidwoord is een eigenschap van het woord zelf.
Waarom zeggen we de tafel maar het huis?
Omdat tafel en huis een ander woordgeslacht hebben. Tafel is vrouwelijk en krijgt de, huis is onzijdig en krijgt het. Dat geslacht volgt niet uit de betekenis, dus logica helpt niet. Een woordenboek of de zoeker geeft het lidwoord per woord.
Is een verkleinwoord altijd onzijdig?
Ja. Elk verkleinwoord krijgt het, ook als het grondwoord een de-woord is: de stoel, het stoeltje. De uitgang -je en haar varianten -tje, -pje, -etje en -kje gaan voor elke andere regel.
Krijgt een het-woord in het meervoud ook het?
Nee. In het meervoud krijgt elk woord de: het huis wordt de huizen, het meisje wordt de meisjes. Het verschil tussen de-woorden en het-woorden bestaat alleen in het enkelvoud.
Hoe bepaal je het lidwoord van een Engels woord?
Door het op te zoeken, want een vaste regel bestaat niet. Het Engels heeft geen woordgeslacht voor zaken, dus het Nederlands kiest zelf: de computer, het team. Staat een nieuw leenwoord niet in de lijst, dan geeft de zoeker een schatting op basis van de uitgang.
Welk lidwoord hoort bij een afkorting?
Meestal dat van het belangrijkste woord van de volledige vorm. Het CBS krijgt het omdat het om een bureau gaat. Sommige afkortingen staan zelf in de woordenlijst, zoals de btw.
De of het factuur?
De factuur. Het is een de-woord, en in het meervoud wordt het de facturen. De uitgang helpt hier weinig: in de lijst is maar 46,3% van de woorden op -tuur een de-woord.
Wat is het verschil tussen de bos en het bos?
Het bos is een stuk land met bomen. De bos is een bundel, zoals een bos bloemen of een bos sleutels. Het zijn twee woorden met dezelfde spelling, en de zoeker toont ze als twee betekenissen.
Bronnen
De cijfers en regels op deze pagina zijn op gecontroleerd aan de hand van deze publicaties.
- 3.3 Genus (grammaticaal geslacht), Algemene Nederlandse Spraakkunst(opent in een nieuw tabblad)
Instituut voor de Nederlandse Taal
- Woordgeslacht (algemeen)(opent in een nieuw tabblad)
Taaladvies.net, Nederlandse Taalunie
- De / het: algemene regels(opent in een nieuw tabblad)
Genootschap Onze Taal
- Inrichting van de Woordenlijst (Leidraad)(opent in een nieuw tabblad)
Woordenlijst Nederlandse Taal, Nederlandse Taalunie
- german-nouns(opent in een nieuw tabblad)
gambolputty (GitHub), from the German Wiktionary
Vergelijkbare tools
- HusseldagElke dag tien gehusselde woorden tegen de klok, voor iedereen dezelfde. Gratis te spelen in de browser, met onbeperkt spelen, een archief en een reeks.
- Spreektijd berekenenReken uit hoe lang je speech, toespraak of presentatie duurt, of hoeveel woorden in je minuten passen, in Nederlands spreektempo en met tijd voor pauzes.
- Woorden maken van lettersTyp je letters, met een vraagteken als joker, en zie elk woord dat je ermee kunt leggen, op lengte en scrabblepunten. Ook voor anagrammen en woordpatronen.
- Woordspel online met letterdobbelstenenZoek woorden in een raster van zestien letterdobbelstenen, drie minuten per ronde. Elke dag een raster voor iedereen, plus een oplosser.
- Wordle helperVul je Wordle-pogingen in, tik elk vakje groen, geel of grijs en zie welke Nederlandse woorden nog passen, met scrabblewaarde en een volgende poging.