Naar de inhoud

Uitkering kapitaalverzekering

Bereken het belaste rentebestanddeel van je kapitaalverzekering eigen woning met de vrijstelling van 2026, de voorwaarden en de box 1-tarieven.

Bij een kapitaalverzekering eigen woning is alleen het rentebestanddeel belast: de uitkering min de betaalde premies. Gaat alles naar aflossing van de eigenwoningschuld en klopt de polis met de voorwaarden, dan geldt in 2026 een vrijstelling van € 207.500 per persoon. De rente die bij het deel boven dat vrije bedrag hoort, valt in box 1.

Soort polis
Voldoet de polis aan de voorwaarden?

Alles naar aflossing, elk jaar premie, hoogste premie hooguit 10 keer de laagste.

Fiscale partner

Het deel dat bij een eerdere uitkering is benut.

De vrijstelling gaat nooit boven deze schuld.

Loon, pensioen of uitkering in hetzelfde jaar, vóór belasting.

AOW-leeftijd bereikt

Belasting over de uitkering

€ 5.231,00

  • Rente na belasting93%
  • Belasting over de uitkering7%
Rentebestanddeel
€ 70.000,00
Gebruikte vrijstelling
€ 207.500,00
Belast in box 1
€ 11.900,00
Uitkering na belasting
€ 244.769,00

Vul in wat je polis uitkeert, hoeveel premie je hebt betaald, je eigenwoningschuld en je andere inkomen. De calculator bepaalt het rentebestanddeel, trekt de vrijstelling eigen woning naar verhouding af en berekent de inkomstenbelasting over wat overblijft. Hij volgt de regels van de Belastingdienst voor 2026, ook voor een spaarrekening of beleggingsrecht eigen woning, en laat zien wanneer een polis in box 3 thuishoort.

Welk deel van de uitkering is belast?

Bij een kapitaalverzekering eigen woning (KEW) betaal je nooit belasting over het hele bedrag, alleen over een deel van de opgebouwde rente. Dat rentebestanddeel is de uitkering min de betaalde premies. Onder het overgangsrecht geldt in 2026 een vrijstelling van € 207.500 per persoon (Belastingdienst). Klopt de polis met de voorwaarden, dan is alleen de rente belast die hoort bij het bedrag boven dat vrije deel. Dat stuk telt als inkomen in box 1. Neem een uitkering kapitaalverzekering van € 250.000 met € 180.000 aan premies. De rente is dan € 70.000,00, waarvan € 11.900,00 belast is. Met € 50.000 ander inkomen kost dat € 5.231,00. Voldoet de verzekering niet aan de eisen, dan is de volle rente belast en loopt de aanslag op tot € 33.074,44. Alle bedragen zijn na te rekenen met de controlegevallen.

De uitkomst toont de rente, de gebruikte vrijstelling, het belaste bedrag en wat er na belasting van de uitkering overblijft. De belasting betaal je niet aan de verzekeraar: die keert bruto uit, en de aanslag volgt via de aangifte.

Kapitaalverzekering eigen woning: vrijstelling 2026

De vrijstelling is een bedrag voor het hele leven, geen jaarlijkse korting. In 2026 is dat € 207.500 per persoon, en met een fiscale partner samen € 415.000. Het bedrag wordt elk jaar aangepast. Wat bij een eerdere uitkering al is benut, gaat ervan af; het restant blijft beschikbaar voor een latere polis. Wie al € 100.000 heeft gebruikt, houdt in het voorbeeld € 107.500,00 over en betaalt € 18.174,94.

De vrijstelling hoort bij drie producten uit hetzelfde overgangsrecht: de kapitaalverzekering eigen woning, de spaarrekening eigen woning en het beleggingsrecht eigen woning. Nieuwe polissen met deze behandeling kunnen sinds 2013 niet meer worden afgesloten. Voor fiscale partners valt het voorbeeld helemaal binnen de vrijstelling: die wordt € 250.000,00, gelijk aan de uitkering, en de belasting € 0,00.

Aan welke voorwaarden moet de polis voldoen?

De Belastingdienst koppelt het vrije bedrag aan drie eisen. Valt er één weg, dan vervalt het helemaal:

  • Het volledige bedrag gaat naar aflossen van de eigenwoningschuld, of van de restschuld die na verkoop van de woning is blijven staan.
  • Er is elk verzekeringsjaar premie betaald.
  • De bandbreedte-eis: de hoogste jaarpremie is maximaal 10 keer de laagste. Een premie die van € 2.500 naar € 200 zakt, haalt die grens niet.

Daarnaast gaat de vrijstelling nooit boven de eigenwoningschuld op het moment van uitkeren. Staat er nog € 150.000 aan hypotheek open, dan is de vrijstelling ook € 150.000,00. Het belaste deel stijgt dan naar € 28.000,00 en de belasting naar € 12.308,24. Een minimale looptijd staat niet in dit rijtje van de Belastingdienst.

Het rentebestanddeel stap voor stap

Voor een uitkering van € 250.000 met € 180.000 aan premies en € 50.000 ander inkomen loopt de berekening in vijf stappen van rente naar belasting.

  1. Rente: uitkering min premies, € 250.000 min € 180.000 is € 70.000,00.
  2. Vrij deel: het laagste van wat er nog vrij is, de eigenwoningschuld en de uitkering. Hier € 207.500,00.
  3. Aandeel boven het vrije deel: € 42.500 van € 250.000.
  4. Belast deel: dat aandeel maal de rente, afgerond op hele euro's naar beneden. Dat geeft € 11.900,00.
  5. Belasting: het verschil tussen de inkomstenbelasting met en zonder dat bedrag, € 5.231,00.

De Belastingdienst rekent zelf een geval voor: € 500.000 uitkering met € 100.000,00 rente, waarvan voor partners € 415.000,00 van de uitkering vrij is. Belast is dan € 17.000,00. Is de uitkering kleiner dan het vrije bedrag en de schuld, dan blijft er niets belast over.

€ 250.000 uitkering, € 180.000 premies, € 50.000 ander inkomen
SituatieVrijgesteldBelast in box 1Belasting
Alleen, aan de voorwaarden voldaan€ 207.500,00€ 11.900,00€ 5.231,00
Met fiscale partner€ 250.000,00€ 0,00€ 0,00
Schuld nog € 150.000€ 150.000,00€ 28.000,00€ 12.308,24
Voorwaarde niet gehaald€ 0,00€ 70.000,00€ 33.074,44

Tarief in box 1, voor en na de AOW-leeftijd

Het belaste stuk telt mee als inkomen uit werk en woning, bovenop loon of pensioen van hetzelfde jaar. In 2026 is het tarief 35,75% tot € 38.883, 37,56% tot € 78.426 en 49,5% daarboven (Belastingdienst, tarieven en heffingskortingen). Vanaf de AOW-leeftijd is de eerste schijf 17,85% voor wie in 1946 of later is geboren. De calculator vergelijkt de belasting met en zonder de uitkering, zodat elke euro in de juiste schijf valt. De bruto netto berekening laat dezelfde schijven voor loon zien.

Onder de AOW-leeftijd kost extra inkomen ook een deel van de algemene heffingskorting. Die korting is maximaal € 3.115 en daalt met 6,398% van het inkomen boven € 29.736. In het voorbeeld is € 4.469,64 tarief en € 761,36 verloren korting. Wie de AOW-leeftijd al heeft, betaalt bij hetzelfde inkomen € 4.469,64, en met € 25.000 ander inkomen € 2.124,15.

Polissen zonder band met de woning: box 3

Een kapitaalverzekering die vanaf 15 september 1999 is afgesloten en geen KEW is, hoort in box 3. Je geeft elk jaar de waarde in het economisch verkeer op de peildatum van 1 januari op, ongeveer de afkoopwaarde. Die waarde telt als overige bezitting met een forfaitair rendement van 6% in 2026. Over het deel boven het heffingsvrij vermogen van € 59.357 betaal je 36% (Belastingdienst, niet-vrijgesteld deel kapitaalverzekeringen).

De uitkering zelf is daarna niet meer belast; de calculator toont dan € 0,00. Het geld verhuist naar je spaargeld en blijft deel van je vermogen. Hoe dat saldo daar wordt belast, laat spaarrente berekenen zien.

Polissen van vóór 15 september 1999

Polissen die uiterlijk op 14 september 1999 zijn afgesloten, vallen onder ouder overgangsrecht. In de vermogensbelasting blijft hun waarde vrijgesteld tot € 123.428 per persoon, of € 246.856 voor partners samen (Belastingdienst). Voor polissen uit 1992 tot 1999 gelden daarbij de voorwaarden van de brede herwaardering, die onder meer naar premies en looptijd kijken. Wie daar niet aan voldoet, betaalt bij uitkering over het rentebestanddeel in box 1.

De calculator rekent deze oude regeling niet door. De tweede polissoort in de calculator laat alleen zien dat de uitkering dan niet als inkomen wordt belast.

Aangifte, overlijden en lijfrente

Het belaste rentebestanddeel geef je op in de aangifte inkomstenbelasting over het jaar van uitkering. Uitkering en betaalde premies staan op het overzicht of de jaaropgave van de verzekeraar of bank. De aanslag komt daarna, niet bij de uitbetaling.

Een overlijdensuitkering aan nabestaanden kan onder de erfbelasting vallen; die rekent deze tool niet uit. Een polis die alleen bij overlijden uitkeert, is als bezitting vrijgesteld tot € 8.904 per verzekerde (2026).

Een lijfrenteverzekering is een ander product. Wie die afkoopt, betaalt inkomstenbelasting over het hele bedrag en meestal 20% revisierente erbovenop. Een kleine lijfrente tot € 5.513 (2026) mag zonder revisierente worden afgekocht.

Wat de berekening buiten beschouwing laat

Enkele zaken die de aanslag of je besteedbaar inkomen raken, zitten niet in de berekening en kunnen de werkelijke uitkomst veranderen.

  • Heffingskortingen boven de AOW-leeftijd. De arbeidskorting hangt af van het arbeidsinkomen en verandert door de uitkering niet.
  • Gevolgen voor toeslagen en andere regelingen die op je inkomen letten.
  • De vermogensvrijstelling van oude polissen en de toets van de brede herwaardering.
  • Een polis op twee namen, waarbij elke partner een eigen deel van de rente aangeeft.
  • Pensioen dat als bedrag ineens wordt opgenomen, en de erfbelasting bij overlijden.

De bedragen zijn gecontroleerd op 26 september 2026.

Veelgestelde vragen

Wat als ik het geld niet gebruik om de hypotheek af te lossen?

Dan is niet aan de eerste voorwaarde voldaan en vervalt de vrijstelling. Het hele rentebestanddeel, uitkering min premies, valt dan in box 1. In het voorbeeld stijgt de belasting van € 5.231,00 naar € 33.074,44.

Wat als de uitkering hoger is dan mijn hypotheek?

De vrijstelling gaat nooit boven de eigenwoningschuld op het moment van uitkeren. Het deel van de uitkering boven die schuld maakt het belaste aandeel van de rente groter.

Kan ik de uitkering voor een tweede woning gebruiken?

Een tweede woning is fiscaal geen eigen woning: ze valt in box 3 en de lening erop is geen eigenwoningschuld. Aflossen van die lening telt daarom niet voor de vrijstelling.

Mag ik de uitkering in een verbouwing steken?

Een verbouwing betalen is geen aflossing. Gaat een deel van het geld daarheen, dan gaat niet het volledige bedrag naar de eigenwoningschuld en geldt de vrijstelling niet.

Mijn kapitaalverzekering komt vrij, wat nu?

Zoek op het overzicht van de verzekeraar de uitkering en de betaalde premies op; het verschil is de rente. Na de aflossing geef je het belaste deel op in de aangifte over dat jaar.

Wat gebeurt er met de vrijstelling bij een scheiding?

De vrijstelling is een persoonlijk bedrag voor het hele leven. Ieder houdt het eigen deel dat nog niet is gebruikt. Hoe de polis zelf wordt verdeeld, valt buiten deze berekening.

Betaal je belasting over een levensverzekering uitkering bij overlijden?

Voor de nabestaanden kan erfbelasting gelden. Een polis die alleen bij overlijden uitkeert, is in box 3 vrijgesteld tot € 8.904 per verzekerde.

Kan ik een lijfrente afkopen zonder revisierente?

Alleen een kleine lijfrente tot € 5.513 in 2026. Bij andere afkoop komt er meestal 20% revisierente bij de inkomstenbelasting.

Gecontroleerd op bekende uitkomsten

Elk geval hieronder heeft een uitkomst die door de bron vastligt. De rekenhulp rekent die bij elke publicatie na, en een pagina die afwijkt gaat niet online.

Bronnen

De cijfers en regels op deze pagina zijn op gecontroleerd aan de hand van deze publicaties.

Elke uitkomst op deze site is een indicatieve schatting. Het is geen financieel, juridisch, medisch of professioneel advies. Disclaimer

Vergelijkbare tools