Bruto netto berekenen
Reken je brutosalaris om naar nettoloon voor 2026: loonheffing per schijf, algemene heffingskorting, arbeidskorting en het effect van vakantiegeld.
Het nettoloon is het brutoloon min de loonheffing. De werkgever berekent die heffing over het jaarloon met de drie schijven van box 1, van 35,75% tot 49,5%, en trekt er de algemene heffingskorting en de arbeidskorting van af. Premies voor WW en Zvw betaalt de werkgever zelf, dus die gaan niet van je loon af.
Gemiddeld netto per maand
€ 3.068,54
- Netto81%
- Loonheffing19%
- Brutoloon per jaar
- € 45.360,00
- Loonheffing
- € 8.537,51
- Netto per jaar
- € 36.822,49
- Deel van bruto ingehouden
- 18,82%
- Geschreven en gecontroleerd door Muhammad Abdullah Awais
- Cijfers gecontroleerd op
- 3 bronnen
- Werkwijze
Vul je brutosalaris per maand of per jaar in en zie wat er na inhouding van loonheffing overblijft, volgens de tarieven en heffingskortingen van 2026. Kies of het vakantiegeld van minimaal 8% bovenop het salaris komt. De uitkomst geldt voor een werknemer onder de AOW-leeftijd bij wie de werkgever de loonheffingskorting toepast.
Van brutosalaris naar nettoloon
Bij een brutosalaris van € 3.500 per maand plus vakantiegeld verdien je € 45.360 per jaar. Daarop houdt de werkgever € 8.537,51 loonheffing in, zodat € 36.822,49 netto overblijft: gemiddeld € 3.068,54 per maand. Van elke bruto euro gaat 18,8% naar de Belastingdienst.
Anders dan in veel buurlanden komt er voor een gewone werknemer verder weinig van de loonstrook af. Premies voor werkloosheid en arbeidsongeschiktheid en de bijdrage voor de zorgverzekering betaalt de werkgever zelf. De loonheffing is daarmee de grootste en vaak enige wettelijke inhouding.
In het kort werkt de omrekening zo. Het brutojaarloon, inclusief vakantiegeld als dat erbovenop komt, gaat door de drie schijven van box 1: 35,75% tot € 38.883, 37,56% daarboven en 49,5% vanaf € 78.426 (Belastingdienst, 2026). Van die heffing gaan de algemene heffingskorting en de arbeidskorting af, maar alleen bij de werkgever die de loonheffingskorting toepast. Wat overblijft is de loonheffing, en het brutoloon min die loonheffing is het nettoloon. Omdat beide kortingen bij hogere inkomens worden afgebouwd, stijgt het ingehouden deel sneller dan de schijftarieven alleen doen vermoeden. Pensioenpremie, bijtelling voor een auto van de zaak en toeslagen blijven buiten deze berekening; die verschillen per persoon. Voor een werknemer onder de AOW-leeftijd zonder zulke posten ligt de uitkomst dicht bij de loonstrook over het hele jaar.
Loonheffing: belasting en premies in één inhouding
Loonheffing is de verzamelnaam voor loonbelasting en premie volksverzekeringen. Die premies, voor de AOW, de Anw en de Wlz, bedragen samen 27,65% en worden alleen over het inkomen in de eerste schijf geheven. Van het gecombineerde tarief in die schijf is daardoor maar 8,1% echte belasting.
| Schijf | Tarief | Over inkomen vanaf |
|---|---|---|
| Schijf 1 | 35,75% | € 0 |
| Schijf 2 | 37,56% | € 38.883 |
| Schijf 3 | 49,5% | € 78.426 |
Elk tarief geldt alleen voor het deel van het jaarinkomen binnen die schijf. De werkgever rekent met tabellen die de Belastingdienst uit deze jaarberekening afleidt: voor gewoon loon uit werk is dat de witte tabel.
Welke heffingskortingen verlagen de loonheffing?
Van de berekende heffing gaan twee heffingskortingen af. De algemene heffingskorting bedraagt maximaal € 3.115 (Belastingdienst, heffingskortingen 2026). Boven € 29.736 volgt afbouw met 6,4% van het meerdere, tot de korting vanaf € 78.426 verdwenen is.
De arbeidskorting beloont werken: ze groeit met het arbeidsinkomen tot maximaal € 5.685 bij € 45.592, en neemt daarna af met 6,51% tot nul bij € 132.920. Bij een jaarinkomen van € 45.360 is de algemene heffingskorting € 2.115,38 en de arbeidskorting € 5.680,54.
Door die afbouw stijgt de marginale druk in het middensegment: een loonsverhoging kost daar niet alleen het schijftarief maar ook een stukje korting. Wie bij meerdere werkgevers tegelijk werkt, laat de loonheffingskorting bij één werkgever toepassen. Bij de andere wordt dan meer ingehouden, wat in de aangifte inkomstenbelasting weer wordt verrekend.
Wanneer wordt vakantiegeld uitbetaald en hoe wordt het belast?
Werknemers hebben recht op vakantiebijslag van minimaal 8% van het brutoloon, meestal uitbetaald in mei of juni. In vacatures staat het maandsalaris vaak zonder dit bedrag, dus het jaarloon is hoger dan twaalf keer het maandbedrag.
De grondslag is het brutoloon zonder winstdeling en vergelijkbare bonussen. Alleen bij een salaris boven drie keer het minimumloon mogen werkgever en werknemer schriftelijk een lager percentage of geen vakantiegeld afspreken; kies in dat geval de optie waarbij het al inbegrepen is.
| Vakantiegeld | Brutoloon per jaar | Netto per jaar | Gemiddeld netto per maand |
|---|---|---|---|
| 8% erbovenop | € 45.360 | € 36.822,49 | € 3.068,54 |
| Al inbegrepen of geen | € 42.000 | € 34.873,95 | € 2.906,16 |
Over het vakantiegeld zelf houdt de werkgever loonheffing in volgens de tabel bijzondere beloningen, met een percentage dat past bij het jaarloon. Daardoor ziet de loonstrook van die maand er anders uit dan een jaarberekening zou doen vermoeden, maar over het hele jaar komt de inhouding dicht bij de uitkomst hier.
Wat de werkgever bovenop het brutoloon afdraagt
De werknemersverzekeringen, zoals de WW en de WIA, en de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw komen voor een gewone werknemer volledig voor rekening van de werkgever. Ze staan hooguit ter informatie op de loonstrook en verlagen het nettoloon niet.
Voor de werkgever kost een baan dus aanzienlijk meer dan het brutosalaris. Wie loonkosten vergelijkt met wat er netto overblijft, ziet het verschil tussen die twee bedragen vooral aan de kant van de werkgever ontstaan. Voor wie wil nagaan welke maandlast van een lening bij het nettoloon past, rekent de rekenhulp voor een lening ook terug vanaf een maandbedrag.
Netto bij verschillende maandsalarissen
De tabel zet vijf maandsalarissen naast elkaar en laat zien hoe het ingehouden aandeel oploopt naarmate het brutoloon stijgt.
| Bruto per maand | Bruto per jaar | Gemiddeld netto per maand | Ingehouden |
|---|---|---|---|
| € 2.500 | € 32.400 | € 2.432,45 | 9,9% |
| € 3.500 | € 45.360 | € 3.068,54 | 18,8% |
| € 4.500 | € 58.320 | € 3.605,12 | 25,8% |
| € 6.000 | € 77.760 | € 4.407,53 | 32% |
| € 8.000 | € 103.680 | € 5.360,81 | 38% |
Het ingehouden aandeel loopt snel op zodra het inkomen de tweede schijf bereikt en de kortingen worden afgebouwd. Boven € 78.426 geldt het toptarief van 49,5%, en blijft van elke extra euro ongeveer de helft over.
Bij lage salarissen valt de inhouding juist mee. Daar zijn de kortingen zo groot dat ze een flink deel van de heffing in de eerste schijf wegstrepen, en onder een bepaald inkomen blijft er helemaal niets in te houden over.
Wat deze berekening niet meeneemt
Een aantal posten op een echte loonstrook zit niet in deze uitkomst, omdat ze per werknemer of per werkgever verschillen.
- De pensioenpremie van de werknemer, die per pensioenfonds verschilt en vóór de loonheffing wordt ingehouden.
- Werknemers die de AOW-leeftijd hebben bereikt, want zij betalen geen AOW-premie en hebben lagere tarieven en kortingen.
- De 30%-regeling voor werknemers uit het buitenland, die een deel van het loon onbelast laat.
- De bijtelling voor een auto van de zaak, onbelaste reiskostenvergoedingen en andere vergoedingen. Wat een rit zelf aan brandstof of stroom kost, laat de rekenhulp voor brandstofkosten zien.
- Toeslagen en andere regelingen die van het verzamelinkomen afhangen, zoals huurtoeslag.
Loonstrook, jaaropgaaf en aangifte
De loonstrook toont per periode het brutoloon, de ingehouden loonheffing en het uitbetaalde bedrag. Na afloop van het jaar geeft de jaaropgaaf het totaal, dat de Belastingdienst ook vooraf invult in de aangifte inkomstenbelasting.
In die aangifte wordt de algemene heffingskorting berekend over het verzamelinkomen, inclusief ander inkomen dan loon. Wie naast een baan spaargeld, een eigen woning of een tweede inkomen heeft, kan daardoor geld terugkrijgen of moet bijbetalen, ook als de loonheffing precies klopte.
Voor een vergelijking met de ondergrens: het wettelijk minimumloon voor werknemers van 21 jaar en ouder is volgens de Rijksoverheid € 14,71 per uur vanaf 1 januari en € 14,99 vanaf 1 juli 2026.
Veelgestelde vragen
Hoeveel netto houd ik over van € 3.500 bruto per maand?
Met 8% vakantiegeld erbovenop gemiddeld € 3.068,54 per maand, € 36.822,49 per jaar. Zonder vakantiegeld bovenop is dat € 2.906,16 per maand.
Wat is het verschil tussen loonheffing en loonbelasting?
Loonheffing is loonbelasting plus premie volksverzekeringen voor AOW, Anw en Wlz. Die premies van 27,65% vallen volledig binnen de eerste schijf.
Wat is de loonheffingskorting?
Het toepassen van de heffingskortingen via de loonstrook. Dat mag bij één werkgever tegelijk; bij een tweede baan wordt daar zonder korting ingehouden en volgt de verrekening in de aangifte.
Waarom is mijn nettoloon in mei hoger?
Dan wordt meestal het vakantiegeld uitbetaald. Daarover wordt loonheffing ingehouden volgens de tabel bijzondere beloningen, met een ander percentage dan voor het gewone loon.
Betaal ik als werknemer premie voor de WW of de zorgverzekeringswet?
Nee, voor een gewone werknemer betaalt de werkgever de werknemersverzekeringen en de bijdrage Zvw. De nominale premie voor je eigen zorgverzekering betaal je wel zelf, los van het loon.
Hoe werkt de afbouw van de arbeidskorting?
Boven € 45.592 arbeidsinkomen neemt de arbeidskorting per extra euro af met 6,51%, tot ze bij € 132.920 helemaal is verdwenen.
Telt mijn pensioenpremie mee in deze berekening?
Nee. Die premie verschilt per pensioenfonds. Ze verlaagt het loon waarover loonheffing wordt berekend, dus het nettoloon daalt minder dan de premie zelf.
Klopt de berekening als ik de AOW-leeftijd heb bereikt?
Nee. Wie de AOW-leeftijd heeft bereikt, betaalt geen AOW-premie en krijgt lagere heffingskortingen. De uitkomst hier geldt alleen voor werknemers daaronder.
Gecontroleerd op bekende uitkomsten
Elk geval hieronder heeft een uitkomst die door de bron vastligt. De rekenhulp rekent die bij elke publicatie na, en een pagina die afwijkt gaat niet online.
Loonheffing over € 50.000 per jaar, zonder vakantiegeld
- Verwacht
- € 10.859,67
- Deze rekenhulp
- € 10.859,67
Berekend volgens Heffingskortingen 2026(opent in een nieuw tabblad)Dit geval openen
Bronnen
De cijfers en regels op deze pagina zijn op gecontroleerd aan de hand van deze publicaties.
- Heffingskortingen 2026(opent in een nieuw tabblad)
Belastingdienst
- Belastingberekening 2026(opent in een nieuw tabblad)
Belastingdienst
Elke uitkomst op deze site is een indicatieve schatting. Het is geen financieel, juridisch, medisch of professioneel advies. Disclaimer
Vergelijkbare tools
- AOW-leeftijd berekenenUw AOW-datum en AOW-leeftijd uit uw geboortedatum, met de aanvangsleeftijd, de korting voor jaren niet verzekerd en het bruto AOW-bedrag.
- Brandstofkosten berekenenReken uit wat een autorit kost aan Euro95, diesel of stroom, verdeel het over meerijders of meet het echte verbruik na een volle tank of laadbeurt.
- ISDE subsidie berekenenReken de ISDE voor isolatie, glas en een lucht-waterwarmtepomp uit met de bedragen van 2026, inclusief verdubbeling, biobased bonus en wat je zelf betaalt.
- Spaarrente berekenenReken met inleg, looptijd en rentebijschrijving uit wat je spaarrekening oplevert, en zie de box 3-belasting met heffingsvrij vermogen en tegenbewijs.
- Uitkering kapitaalverzekeringBereken het belaste rentebestanddeel van je kapitaalverzekering eigen woning met de vrijstelling van 2026, de voorwaarden en de box 1-tarieven.
- Vakantiedagen uitbetalenOpenstaande vakantie-uren en vakantiegeld bij uit dienst gaan: opbouw, uurloon, bijzonder tarief en een schatting van het netto op je laatste loonstrook.