WW-uitkering berekenen
Bereken je WW per maand: 75% en daarna 70% van je dagloon, met het maximumdagloon, de duur, de einddatum, het vakantiegeld en een netto schatting.
Een WW-uitkering is de eerste twee maanden 75% en daarna 70% van je WW-maandloon, met een maximumdagloon van € 309,91 per 1 juli 2026. Bij € 3.500 bruto plus vakantiegeld krijg je € 2.835,00 bruto per maand, waarvan € 210,00 vakantiebijslag pas in mei komt. De duur is 3 tot 24 maanden, afhankelijk van je arbeidsverleden.
Je vaste loon in het jaar vóór je werkloosheid. Daaruit leidt de rekenhulp het SV-loon af.
Zelf ontslag nemen of ontslag op staande voet maakt je meestal verwijtbaar werkloos.
Jaren met 208 uur loon of meer, plus elk jaar tot en met 1997 vanaf je 18e. Het jaar waarin de WW begint, telt niet.
Na de eerste 10 jaar geeft elk jaar vóór 2016 een hele maand WW en elk later jaar een halve.
UWV trekt 75% of 70% hiervan af. Boven 87,5% van je WW-maandloon stopt de uitkering.
WW bruto per maand, eerste twee maanden
€ 2.835,00
- Netto per maand68%
- Ingehouden of later betaald32%
- Recht op WW
- Ja, volgens je invoer
- WW per werkdag, eerste twee maanden
- € 130,34
- Vakantiebijslag, apart betaald in mei
- € 210,00
- Loonheffing, schatting
- € 688,26
- Netto per maand, schatting
- € 1.936,74
- Duur van de uitkering
- 11 maanden
- Eerste dag met WW
- 2 november 2026
- Laatste dag met WW
- 1 oktober 2027
- Totaal bruto over de hele duur
- € 29.484,00
- Totaal netto over de hele duur, schatting
- € 20.376,87
- SV-loon per jaar, geschat
- € 45.360,00
- Dagloon
- € 173,79
- WW-maandloon
- € 3.780,00
- Inkomsten per maand waarboven de WW stopt
- € 3.307,50
- Vakantiebijslag over de hele duur, bruto
- € 2.184,00
- Loonheffing
- Groene tabel 2026 met loonheffingskorting, zonder arbeidskorting; schatting
| Van | Bruto per maand | Netto per maand |
|---|---|---|
| 2 november 2026 | € 2.835,00 | € 1.936,74 |
| 2 januari 2027 | € 2.646,00 | € 1.833,71 |
Een schatting ter informatie, geen financieel of juridisch advies. Disclaimer
- Gemaakt en aan de bronnen getoetst door Muhammad Abdullah Awais
- Cijfers gecontroleerd op
- 10 bronnen
- Werkwijze
Vul je eerste werkloosheidsdag, je bruto maandloon en je arbeidsverleden in. De rekenhulp schat je uitkering per maand, bruto en netto, met de duur en de einddatum. Ze houdt rekening met het maximumdagloon, het vakantiegeld dat UWV in mei betaalt en inkomsten naast de WW.
Hoogte van de WW-uitkering per maand
De WW-uitkering is de werkloosheidsuitkering uit de Werkloosheidswet (WW). UWV betaalt die uit aan werknemers die buiten hun schuld werk en loon verliezen. De hoogte volgt uit je WW-maandloon: je gemiddelde loon per werkdag maal 21,75. In de eerste twee maanden krijg je 75% van dat maandloon, vanaf de derde maand 70% (artikel 47 Werkloosheidswet). Een hoog loon telt maar tot een maximum mee. Verdien je € 3.500 bruto per maand plus vakantiegeld, dan is je WW-maandloon € 3.780,00. Je uitkering is dan eerst € 2.835,00 bruto per maand en daarna € 2.646,00. Daarvan houdt UWV € 210,00 vakantiebijslag tot mei apart en gaat er loonheffing af. Netto blijft er in het begin ongeveer € 1.936,74 over. Hoe lang je uitkering loopt, hangt af van je arbeidsverleden.
Het hoofdbedrag van de rekenhulp is het bruto bedrag per maand in de periode met het hogere percentage. Daaronder staan de vakantiebijslag die later volgt, de geschatte loonheffing, je netto bedrag, de duur en een tabel per fase.
Dagloon en maximumdagloon
Het dagloon is het gemiddelde loon per dag waarop UWV je uitkering baseert. Het is het SV-loon van een jaar gedeeld door 261 (artikel 1b Werkloosheidswet). SV-loon is het loon waarover je werkgever premies werknemersverzekeringen betaalt. Vakantiegeld en een dertiende maand horen daar ook bij.
Het jaar waar UWV naar kijkt, heet de referteperiode. Die eindigt op de laatste dag van het tweede aangiftetijdvak vóór het tijdvak waarin je werkloos wordt. Wie op 2 november 2026 werkloos wordt, heeft bij maandelijkse loonaangiften een referteperiode van 1 oktober 2025 tot en met 30 september 2026.
Het WW-maandloon is het dagloon maal 21,75, het gemiddelde aantal werkdagen per maand. Voor een volledig jaar is dat je jaarloon gedeeld door 12. Met € 3.500 per maand en 8% vakantiegeld is het SV-loon € 45.360,00, het dagloon € 173,79 en het WW-maandloon € 3.780,00.
Boven het maximumdagloon telt je loon niet mee. Van 1 januari 2026 tot en met 30 juni 2026 was dat € 304,25. Voor een eerste werkloosheidsdag vanaf 1 juli 2026 is het € 309,91, inclusief vakantiegeld (UWV, Maximumdagloon). Het WW-maandloon stopt dan bij € 6.740,54. Het bedrag per 1 januari 2027 was op 7 oktober 2026 nog niet gepubliceerd; voor een eerste dag daarna rekent de tool met het laatst bekende maximum.
Tijdens de uitkering stijgen dagloon en maximum op 1 januari en 1 juli mee met het minimumloon (artikel 1b). De rekenhulp houdt ze gelijk, omdat die stappen vooraf niet bekend zijn.
Hoe lang krijg je WW?
Minstens 3 maanden en hooguit 24 maanden, afhankelijk van je arbeidsverleden (artikel 42 Werkloosheidswet). Voor recht op WW is eerst de wekeneis nodig: minstens één uur werk in 26 van de 36 kalenderweken vóór je eerste werkloosheidsdag (UWV, Hoelang duurt een WW-uitkering). Wie alleen die eis haalt, krijgt 3 maanden; bij een start op 2 november 2026 is dat tot en met 1 februari 2027.
Een langere uitkering vraagt ook de jareneis. Je hebt dan in minstens 4 van de 5 kalenderjaren vóór het jaar van je werkloosheid 208 uur of meer loon gehad. Je arbeidsverleden telt de jaren met zoveel uren; voor de jaren 1998 tot en met 2012 telt UWV dagen in plaats van uren. Jaren tot en met 1997 tellen allemaal mee vanaf het jaar waarin je 18 werd: dat is fictief arbeidsverleden. Het jaar waarin de WW begint, telt nooit mee.
Voor de eerste 10 jaar geeft elk jaar een maand WW. Daarboven levert elk jaar van vóór 2016 nog een hele maand op en elk jaar vanaf 2016 een halve. Blijft er een halve maand over, dan telt die als 15 dagen. Met 11 jaar, waarvan 1 jaar vóór 2016, kom je zo op 10 maanden en 15 dagen.
De maximale duur is 24 maanden. Begint de WW op 2 november 2026, dan geeft een arbeidsverleden van deze lengte de volgende duur en einddatum.
| Arbeidsverleden | Waarvan vóór 2016 | Duur | Laatste dag |
|---|---|---|---|
| 8 jaar | 0 jaar | 8 maanden | 1 juli 2027 |
| 12 jaar | 5 jaar | 11 maanden | 1 oktober 2027 |
| 16 jaar | 6 jaar | 13 maanden | 1 december 2027 |
| 25 jaar | 15 jaar | 20 maanden | 1 juli 2028 |
| 30 jaar | 20 jaar | 24 maanden | 1 november 2028 |
De einddatum is een lezing van de rekenhulp: de dag vóór dezelfde datum zoveel maanden later, plus 15 dagen bij een halve maand. De datum in de beslissing van UWV is leidend.
Het kabinet wil de maximale duur terugbrengen naar 12 maanden. Volgens de memorie van toelichting bij de begroting van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor 2027 is die maatregel uitgesteld tot 1 januari 2029 (Rijksfinanciën). Het is een plan en geen wet, dus de rekenhulp volgt de huidige regels.
Netto WW: loonheffing en loonheffingskorting
Op je WW houdt UWV loonheffing in, zoals een werkgever dat op loon doet. Loonheffing is een voorheffing op de inkomstenbelasting en de premies volksverzekeringen. Premies werknemersverzekeringen en een bijdrage Zvw gaan er niet af: de werkgeversheffing Zvw van 6,1% betaalt UWV zelf.
Zonder lopend dienstverband gebruikt UWV de groene tabel. Die kent geen arbeidskorting, want een uitkering is geen loon uit werk. De algemene heffingskorting gaat er alleen af als UWV de loonheffingskorting toepast; in 2026 is die korting hooguit € 3.115 per jaar. Maar één uitbetaler tegelijk mag de loonheffingskorting toepassen.
De tarieven zijn die van box 1. In de eerste belastingschijf, tot € 38.883 per jaar, is het tarief 35,75%. Daarboven geldt 37,56% en vanaf € 78.426 49,5%. De rekenhulp zet het maandbedrag om naar een jaarbedrag, past die tarieven toe en deelt weer door 12.
Van € 2.835,00 bruto blijft na € 210,00 vakantiebijslag € 2.625,00 over voor de maandbetaling. Met loonheffingskorting gaat daar € 688,26 af en ontvang je € 1.936,74. Zonder korting is de loonheffing € 938,44 en blijft € 1.686,56 over. Wat hetzelfde loon uit een baan netto oplevert, toont bruto netto berekenen.
De uitkomst is een schatting met de tarieven van 2026, ook voor latere maanden. Wat te veel of te weinig is ingehouden, verrekent de Belastingdienst na afloop van het jaar.
Vakantiebijslag: het deel dat UWV tot mei bewaart
Over je WW bouw je vakantiegeld op, in de wet vakantiebijslag genoemd. Het zit al in het bruto bedrag: 8/108 daarvan wordt elke maand apart gezet en in mei betaald, of eerder als je uitkering stopt (UWV, Vakantiegeld).
Bij € 2.835,00 bruto is dat € 210,00 per maand. Over de hele duur van 11 maanden komt het voorbeeld op € 2.184,00 bruto. Er komt dus geen 8% bovenop het bruto bedrag. In de rekenhulp staat het als een bedrag dat later wordt betaald.
Op de betaling in mei wordt loonheffing ingehouden volgens het bijzonder tarief; dat nettobedrag rekent de tool niet uit. Los daarvan rekent je oude werkgever het vakantiegeld en de niet opgenomen dagen uit je baan af bij de eindafrekening. Wat die dagen waard zijn, toont vakantiedagen uitbetalen.
Verwijtbare werkloosheid: zelf opzeggen, staande voet en vso
Wie verwijtbaar werkloos is, krijgt in feite geen WW: UWV weigert de uitkering dan blijvend (artikel 24 en 27 Werkloosheidswet). Dat gebeurt in twee situaties.
- Ontslag op staande voet om een dringende reden die jou te verwijten valt.
- Zelf ontslag nemen of zelf om het einde van je baan vragen, tenzij doorwerken redelijkerwijs niet van je kon worden gevraagd. Ook wie in de proeftijd zelf opstapt, krijgt meestal geen WW (UWV, WW na ontslag).
Bij een beëindiging met wederzijds goedvinden leg je de afspraken vast in een vaststellingsovereenkomst. Instemmen met een einde dat je werkgever voorstelt, maakt je niet verwijtbaar werkloos. Daarbij telt wat de overeenkomst zegt: dat het initiatief bij de werkgever lag en dat jou niets te verwijten valt.
Na zo'n overeenkomst begint de WW pas na de fictieve opzegtermijn: de opzegtermijn die je werkgever volgens de wet had moeten aanhouden (artikel 19). Vul in de rekenhulp de dag daarna in als eerste werkloosheidsdag.
Een transitievergoeding, de wettelijke ontslagvergoeding van je werkgever, gaat niet van je WW af.
Hoeveel mag je bijverdienen naast je WW?
Er geldt geen vast bedrag, maar boven 87,5% van je WW-maandloon vervalt het recht (artikel 20 Werkloosheidswet). Daaronder mag je bijverdienen: de uitkering gaat dan omlaag met 75% of 70% van je inkomsten uit arbeid (UWV, Werken naast een WW-uitkering). Ligt je dagloon boven het maximum, dan telt een evenredig deel van die inkomsten mee.
Stel dat je WW-maandloon € 3.000,00 is en dat je € 1.000 bruto per maand verdient. Tegen 75% krijg je dan € 1.500,00 WW, daarna € 1.400,00. Verdien je € 2.700, dan zit je boven de grens van € 2.625,00 en stopt de uitkering.
De WW stopt in de praktijk als je twee maanden achter elkaar boven die grens zit; de rekenhulp toont dan meteen geen uitkering. Inkomsten geef je elke maand door met de Inkomstenopgave.
Naast de uitkering heb je plichten. Zo geldt een sollicitatieplicht: je zoekt actief werk en neemt passend werk aan. Welke activiteiten precies worden verwacht, staat in de afspraken over werk zoeken.
Rekenvoorbeeld: van maandloon naar uitkering
Dit voorbeeld gebruikt de standaardwaarden van de rekenhulp: € 3.500 bruto per maand plus 8% vakantiegeld, ontslag door de werkgever en WW vanaf 2 november 2026. Het arbeidsverleden is 12 jaar, waarvan 5 jaar vóór 2016.
- SV-loon: 12 × € 3.500 × 1,08 = € 45.360,00.
- Dagloon: € 45.360,00 gedeeld door 261 is € 173,79; het WW-maandloon is € 3.780,00.
- Van 2 november 2026 tot en met 1 januari 2027: 75%, dus € 2.835,00 bruto en € 1.936,74 netto.
- Vanaf 2 januari 2027: 70%, dus € 2.646,00 bruto en € 1.833,71 netto.
- Duur: 10 maanden voor de eerste 10 jaar plus 2 halve maanden, samen 11 maanden, tot en met 1 oktober 2027.
- Totaal: € 29.484,00 bruto en € 20.376,87 netto, met € 2.184,00 vakantiebijslag in het bruto.
De rekenhulp laat de periode tegen het hogere percentage twee kalendermaanden duren vanaf je eerste werkloosheidsdag; artikel 47 zegt niet waar die grens binnen een maand valt. Ook de einddatum is een lezing van artikel 42. Gevallen die met de rekenregels van UWV zijn nagerekend, staan bij de controlegevallen.
Een paar situaties vallen buiten de berekening.
- Gedeeltelijke werkloosheid, als je een deel van je uren verliest.
- Een referteperiode met gaten of met een wisselend loon.
- De AOW-leeftijd: vanaf die dag bestaat er geen recht op WW.
- Een aanvulling via de Toeslagenwet en de IOW voor oudere werklozen.
Veelgestelde vragen
Wanneer krijg je geen WW-uitkering?
Als je de wekeneis niet haalt, als je verwijtbaar werkloos bent of als je inkomsten boven 87,5% van je WW-maandloon liggen. Ook vanaf je AOW-leeftijd is er geen WW; wanneer die ingaat, laat AOW-leeftijd berekenen zien. Verder moet je beschikbaar zijn voor werk.
Krijg ik WW na ontslag in de proeftijd?
Ja, als je werkgever je in de proeftijd ontslaat en je de wekeneis haalt. Er geldt dan geen opzegtermijn, dus de WW kan direct ingaan. Neem je zelf ontslag in de proeftijd, dan krijg je meestal geen WW (UWV).
Hoeveel belasting betaal je over WW?
Loonheffing volgens de groene tabel. In het voorbeeld met € 3.500 loon houdt UWV met loonheffingskorting € 688,26 in op een maandbetaling van € 2.625,00, zonder korting € 938,44. Premies werknemersverzekeringen en een bijdrage Zvw worden niet ingehouden.
Wat is de maximale WW-uitkering netto per maand?
Wie vanaf 1 juli 2026 werkloos wordt, krijgt hooguit € 5.055,41 bruto per maand, vanaf de derde maand € 4.718,38. Netto is dat met loonheffingskorting ongeveer € 3.100,07 en € 2.925,18, zonder de vakantiebijslag die in mei volgt. Dat volgt uit het maximumdagloon van € 309,91.
Hoe lang WW na 30 jaar werken?
24 maanden, als je ook de jareneis haalt. Begint je WW in 2026, dan liggen hooguit 10 van die jaren in 2016 of later. Minstens 20 jaren leveren dus elk een hele maand op en de rest elk een halve: samen meer dan het maximum.
Wordt de WW per maand of per vier weken betaald?
Per maand. De wet rekent met een WW-maandloon en verrekent inkomsten per kalendermaand (artikel 47). De vakantiebijslag komt er één keer per jaar apart bij, in mei. De betaaldata publiceert UWV zelf.
Telt een bonus of dertiende maand mee voor het dagloon?
Ja. Een dertiende maand of eindejaarsuitkering hoort bij het SV-loon waaruit UWV je dagloon berekent. Bij € 3.500 per maand met vakantiegeld stijgt de WW daardoor van € 2.835,00 naar € 3.053,75 bruto. Een bonus is ook SV-loon, maar de rekenhulp heeft daar geen apart veld voor; het SV-loon in de uitkomst laat zien met welk jaarloon ze rekent.
Wat gebeurt er na afloop van de WW?
Dan stopt de uitkering op de einddatum. Ligt je WW onder het sociaal minimum, dan kan UWV die tijdens de WW aanvullen via de Toeslagenwet. Daarna kun je bij je gemeente bijstand aanvragen, waarbij ook vermogen en een partner meetellen. De rekenhulp rekent geen van die regelingen uit.
Gecontroleerd op bekende uitkomsten
Elk geval hieronder heeft een uitkomst die door de bron vastligt. De rekenhulp rekent die bij elke publicatie na, en een pagina die afwijkt gaat niet online.
Maandloon van 3.000 euro (SV-loon 36.000 euro over een volledig jaar): de eerste twee maanden 75 %, 2.250 euro bruto
- Verwacht
- € 2.250,00
- Deze rekenhulp
- € 2.250,00
Berekend volgens: Hoogte WW-uitkering(opent in een nieuw tabblad)Dit geval openen
Van die 2.250 euro is 8/108 vakantiebijslag die UWV reserveert en in mei betaalt: 166,67 euro
- Verwacht
- € 166,67
- Deze rekenhulp
- € 166,67
Berekend volgens: Vakantiegeld(opent in een nieuw tabblad)Dit geval openen
Een hoog loon vanaf november 2026: het maandloon stopt bij 309,91 x 21,75 = 6.740,54 euro, 75 % daarvan is 5.055,41 euro
- Verwacht
- € 5.055,41
- Deze rekenhulp
- € 5.055,41
Berekend volgens: Maximumdagloon(opent in een nieuw tabblad)Dit geval openen
16 jaar arbeidsverleden waarvan 6 voor 2016: 10 maanden plus een halve maand voor elk van de 6 latere jaren is 13 maanden, van 2 november 2026 tot en met 1 december 2027
- Verwacht
- 1 december 2027
- Deze rekenhulp
- 1 december 2027
Berekend volgens: Hoelang duurt een WW-uitkering(opent in een nieuw tabblad)Dit geval openen
Bronnen
De cijfers en regels op deze pagina zijn op gecontroleerd aan de hand van deze publicaties.
- Werkloosheidswet(opent in een nieuw tabblad)
wetten.overheid.nl
- Heffingskortingen 2026(opent in een nieuw tabblad)
Belastingdienst
- Belastingberekening 2026(opent in een nieuw tabblad)
Belastingdienst
Elke uitkomst op deze site is een indicatieve schatting. Het is geen financieel, juridisch, medisch of professioneel advies. Disclaimer
Vergelijkbare tools
- 13e maand berekenenVan bruto naar netto: uw extra maandsalaris of eindejaarsuitkering met het bijzonder tarief, ook bij parttime werk of een deel van het jaar in dienst.
- Anw-uitkering berekenenNabestaandenuitkering van de SVB vanaf 1 juli 2026: bruto bedrag, vakantiegeld, de inkomenstoets bij loon of een uitkering en de voorwaarden.
- AOW netto berekenen, met je aanvullend pensioenNetto AOW voor alleenstaanden en gehuwden vanaf 1 juli 2026 en een schatting per 1 januari 2027, met je aanvullend pensioen en de loonheffingskorting.
- AOW-leeftijd berekenenUw AOW-datum en AOW-leeftijd uit uw geboortedatum, met de aanvangsleeftijd, de korting voor jaren niet verzekerd en het bruto AOW-bedrag.
- Bruto netto berekenenReken je brutosalaris om naar nettoloon voor 2026: loonheffing per schijf, algemene heffingskorting, arbeidskorting en het effect van vakantiegeld.
- Vakantiedagen uitbetalenOpenstaande vakantie-uren en vakantiegeld bij uit dienst gaan: opbouw, uurloon, bijzonder tarief en een schatting van het netto op je laatste loonstrook.