Naar de inhoud

Anw-uitkering berekenen

Nabestaandenuitkering van de SVB vanaf 1 juli 2026: bruto bedrag, vakantiegeld, de inkomenstoets bij loon of een uitkering en de voorwaarden.

Zonder ander inkomen is de Anw vanaf 1 juli 2026 € 1.698,30 bruto per maand, inclusief de tegemoetkoming, plus vakantiegeld. Loon tot € 1.168,50 per maand telt niet mee; van wat daarboven ligt, gaat twee derde van de uitkering af. Recht bestaat onder de AOW-leeftijd, met een kind jonger dan 18 of bij arbeidsongeschiktheid.

Ongehuwd kind jonger dan 18 jaar

Een kind dat bij uw huishouden hoort en niet tot een ander huishouden

Ten minste 45% arbeidsongeschikt

Beoordeeld met een keuring door het UWV

Jonger dan de AOW-leeftijd bij het overlijden

Wie de AOW-leeftijd al had, krijgt geen Anw

Nieuwe partner: getrouwd, geregistreerd of samenwonend

Samenwonen voor zorg telt niet als nieuwe partner

Woonsituatie

Kostendelers zijn huisgenoten van 27 jaar of ouder

Loon zonder vakantiegeld, winst, eigen pensioen of WW naast werk

WW zonder baan, WIA, Ziektewet of Wajong: telt volledig

Van een pensioenfonds of verzekeraar: telt niet mee

Anw bruto per maand (vanaf 1 juli 2026)

€ 1.677,30

  • Anw97%
  • Tegemoetkoming1%
  • Korting door inkomen1%
Volledige Anw voor uw woonsituatie
€ 1.676,53
Vrijlating inkomen uit arbeid
€ 1.168,50
Korting door inkomen
€ 21,00
Anw na de inkomenstoets
€ 1.655,53
Tegemoetkoming Anw
€ 21,77
Vakantiegeld per maand (opgebouwd)
€ 125,66
Bruto per jaar, met vakantiegeld
€ 21.635,52
Inkomen uit arbeid waarboven de Anw stopt
€ 3.683,30
AOW-leeftijd
Jonger dan de AOW-leeftijd
Kind of arbeidsongeschiktheid
Kind jonger dan 18
Nieuwe relatie
Geen nieuwe partner

Hier kunt u de Anw-uitkering berekenen: de nabestaandenuitkering die de Sociale Verzekeringsbank (SVB) betaalt na het overlijden van uw partner. U ziet het bruto bedrag per maand na de inkomenstoets, het vakantiegeld en of u aan de voorwaarden voldoet. Wilt u de nabestaandenuitkering berekenen met loon of een andere uitkering ernaast, vul die bedragen dan in. De bedragen gelden vanaf 1 juli 2026 en zijn gecontroleerd op 29 september 2026.

Zo hoog is de Anw vanaf 1 juli 2026

De Anw is een uitkering per maand uit de Algemene nabestaandenwet, de volksverzekering voor een nabestaande: iemand van wie de partner is overleden. De basis is afgeleid van het netto minimumloon, maar wordt als brutobedrag vastgesteld (art. 17 Anw). Vanaf 1 juli 2026 is die basis € 1.676,53 bruto per maand. Daarbovenop komt de tegemoetkoming Anw van € 21,77, zolang er nog iets van de uitkering over is. Samen is dat € 1.698,30, het bedrag dat de SVB noemt voor iemand zonder ander inkomen. Daarnaast bouwt u vakantiegeld op: € 127,25 per maand, dat één keer per jaar wordt uitbetaald. Met dat vakantiegeld erbij komt de volledige uitkering op € 21.906,60 bruto per jaar. De bedragen veranderen twee keer per jaar, op 1 januari en 1 juli, omdat ze het minimumloon volgen (Staatscourant 2026, 20221).

Volledige Anw per maand, bruto, vanaf 1 juli 2026 (SVB)
WoonsituatieBasisTegemoetkomingTotaal brutoVakantiegeld
Zonder kostendeler€ 1.676,53€ 21,77€ 1.698,30€ 127,25
Kostendeler of zorghuishouden€ 1.082,00€ 21,77€ 1.103,77€ 90,89

In de eerste helft van 2026 lag het volledige bedrag lager: € 1.668,49 bruto per maand, vanaf 1 januari 2026. Dat oudere bedrag staat nog op veel plaatsen. De bedragen voor de volgende 1 januari waren bij de controle nog niet gepubliceerd. Uitkomsten die met de SVB zijn nagerekend, staan bij de gecontroleerde voorbeelden.

Hoeveel mag u bijverdienen met een Anw-uitkering?

Tot € 1.168,50 bruto per maand gaat er niets van de uitkering af, en boven € 3.683,30 blijft er niets van over. Die ondergrens heet de vrijlating: de helft van het bruto minimumloon van € 2.337,00 (art. 18 Anw). Van het inkomen uit arbeid boven de vrijlating trekt de SVB twee derde af van de basis. Het bovengenoemde stoppunt geldt voor wie alleen woont en geen andere uitkering heeft.

Een voorbeeld met een loon van € 1.200 bruto per maand. Dat ligt € 31,50 boven de vrijlating; twee derde daarvan is een korting van € 21,00. Er blijft € 1.655,53 Anw over, met de tegemoetkoming € 1.677,30. Bij € 2.000 loon is het meerdere € 831,50 en de korting € 554,33. Dan ontvangt u nog € 1.143,97.

De tegemoetkoming valt buiten de korting en loopt door zolang de Anw zelf hoger is dan nul. Het vakantiegeld daalt wel mee. De rekenhulp leest artikel 32 Anw zo dat het in dezelfde verhouding lager wordt als de uitkering. Bij € 1.200 loon geeft dat € 125,66 per maand. De SVB publiceert voor een verlaagde uitkering geen voorbeeld, dus dit is een aanname.

Welk inkomen telt mee en welk niet

De inkomenstoets kent drie soorten inkomen: inkomen dat deels telt, inkomen dat volledig telt en inkomen dat erbuiten blijft (SVB, Inkomsten en uw nabestaandenuitkering).

  • Deels, boven de vrijlating: loon zonder vakantiegeld, een dertiende maand of bonus, de bijtelling voor een auto van de zaak, een belaste reiskostenvergoeding. Ook winst uit een onderneming telt deels, net als een pgb dat u als zorgverlener ontvangt, uw eigen pensioen of VUT, en WW zolang u nog in dienst bent.
  • Volledig, euro voor euro: WW als u niet meer in dienst bent, WIA (WGA en IVA), WAO, WAZ, Wajong en Ziektewet.
  • Niet: partnerpensioen of weduwepensioen van een pensioenfonds of verzekeraar, lijfrente, vakantiegeld, rente, dividend, spaargeld, alimentatie, toeslagen, een IOW- of IOAW-uitkering en het inkomen van een huisgenoot.

Een WW-uitkering van € 800 na ontslag gaat dus in zijn geheel van de basis af. Er blijft € 898,30 over, de tegemoetkoming meegerekend. Een partnerpensioen van € 1.500 laat de uitkering ongemoeid: € 1.698,30 Anw, samen € 3.198,30 bruto.

Het partnerpensioen heet ook nabestaandenpensioen. Het komt uit de pensioenregeling van de overleden partner en staat los van de Anw, een volksverzekering. De twee worden vaak door elkaar gehaald. De rekenhulp vraagt het bedrag alleen om te laten zien dat het niet wordt verrekend.

Voorwaarden voor een nabestaandenuitkering

U hebt recht als nabestaande partner van iemand die bij het overlijden verzekerd was voor de Anw, meestal omdat die persoon in Nederland woonde of werkte. Als partner telt een echtgenoot, een geregistreerd partner en iemand met wie de overledene samenwoonde in een gezamenlijke huishouding (art. 3 Anw). Verder moet u op de dag van overlijden jonger zijn dan de AOW-leeftijd en aan één van twee eisen voldoen (art. 14 Anw):

  • er hoort een ongehuwd kind jonger dan 18 jaar bij uw huishouden, dat niet tot een ander huishouden behoort;
  • u bent voor ten minste 45% arbeidsongeschikt.

Of u arbeidsongeschikt bent, beoordeelt de SVB met een keuring door het UWV. Wie op de dag van overlijden de AOW-leeftijd al had, krijgt geen Anw. Wanneer die leeftijd voor u valt, laat de rekenhulp AOW-leeftijd berekenen zien.

Eén uitsluiting hangt af van de duur van het huwelijk. Overlijdt uw echtgenoot binnen een jaar na de huwelijkssluiting, en was toen al te voorzien dat een ziekte daartoe zou leiden, dan bestaat er geen recht (art. 15 Anw). De rekenhulp vraagt niet naar de trouwdatum en gaat ervan uit dat deze uitsluiting niet speelt.

Kostendelersnorm en een nieuwe partner

Met wie u woont, bepaalt het bedrag. Woont er iemand van 27 jaar of ouder bij u die niet uw partner is, zoals een volwassen kind, dan is die persoon een kostendeler. De basis wordt dan € 1.082,00 (art. 17 Anw), met de tegemoetkoming € 1.103,77. Het aantal kostendelers maakt niet uit, en hun inkomen telt niet mee in de inkomenstoets. Voor een nabestaande jonger dan 21 jaar geldt de kostendelersnorm niet.

Hetzelfde lagere bedrag geldt in een zorghuishouden: u woont samen omdat een van beiden hulpbehoevend is en door de ander wordt verzorgd. Zo'n woonvorm is geen nieuwe relatie, dus de uitkering loopt door, voor € 1.103,77 bruto.

Een nieuwe relatie beëindigt de uitkering. Trouwen, een geregistreerd partnerschap of samenwonen met een nieuwe partner: vanaf dan is er geen Anw meer (art. 15 Anw). Van een gezamenlijke huishouding is sprake als twee mensen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en voor elkaar zorgen, bijvoorbeeld door samen de kosten te dragen.

Hoe lang krijgt u Anw?

Op zijn langst tot de AOW-leeftijd: op die dag stopt de Anw en begint de AOW. De uitkering start op de eerste dag van de maand van overlijden. Ze eindigt eerder op de eerste dag van de maand nadat het jongste kind 18 wordt, tenzij u arbeidsongeschikt bent.

Zakt de arbeidsongeschiktheid onder de 45%, dan stopt het recht met ingang van de volgende maand, als er geen kind jonger dan 18 meer is. Een nieuw huwelijk, partnerschap of samenwonen maakt er ook een einde aan. Tussendoor kan de hoogte veranderen: bij elke aanpassing van de bedragen en in elke maand waarin uw inkomen verandert.

Loonheffing en het nettobedrag

De Anw is belast inkomen in box 1. De SVB houdt loonheffing in en draagt de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw af, zoals een werkgever dat bij loon doet. De loonheffingskorting kan maar bij één inkomen tegelijk worden toegepast.

Zonder ander inkomen toont de rekenhulp de nettobedragen die de SVB zelf publiceert: € 1.351,47 met en € 1.091,88 zonder loonheffingskorting, beide zonder vakantiegeld. Het verschil van € 259,59 is ongeveer een twaalfde van de algemene heffingskorting. Of in deze bedragen de bijdrage Zvw al is verrekend, vermeldt de SVB niet.

In een zorghuishouden gebruikt de rekenhulp de nettobedragen voor een kostendeler, omdat het brutobedrag hetzelfde is: € 969,27 met korting. Met loon of een uitkering ernaast hangt het netto af van al uw inkomen samen; dan toont de rekenhulp alleen bruto. Wat er van uw loon zelf netto overblijft, laat bruto netto berekenen zien.

Wat buiten de berekening valt

De rekenhulp rekent alleen de Anw van een nabestaande partner die in Nederland woont. Deze situaties blijven erbuiten:

  • Wezenuitkering: kinderen van wie beide ouders zijn overleden, krijgen een eigen uitkering van de SVB. De halfwezenuitkering voor een kind met één overleden ouder bestaat niet meer.
  • Anw-hiaatverzekering: een particuliere verzekering die uitkeert als er geen of minder Anw is. Die uitkering trekt de rekenhulp niet af.
  • De hoogte van een partnerpensioen: die volgt uit het reglement van het pensioenfonds. U vult het bedrag zelf in.
  • Een ex-partner met partneralimentatie: die kan Anw krijgen, ten hoogste tot het alimentatiebedrag (art. 4 Anw).
  • Wonen buiten Nederland: de uitkering kan dan afhangen van het woonland.
  • De Algemene Weduwen- en Wezenwet (AWW), de voorganger van de Anw, voor wie daar nog onder valt.
  • Een wijziging van het netto minimumloon vanaf 2028 (art. 2 lid 5 Anw): de heffingskortingsfactor daalt dan elk half jaar, waardoor de Anw minder stijgt dan het loon.

Ook de uitsluiting bij een kort huwelijk is alleen beschreven, niet doorgerekend. Over al deze gevallen beslist de SVB na een aanvraag.

Veelgestelde vragen

Krijg ik Anw als ik voor 1950 geboren ben?

Het geboortejaar speelt geen rol meer. Geboren zijn vóór 1 januari 1950 was vroeger een aparte grond voor recht, maar is geen voorwaarde meer. Wie zo oud is, heeft bovendien de AOW-leeftijd bereikt, en daarna bestaat geen recht op Anw.

Wat gebeurt er als ik ga samenwonen?

Samenwonen met een nieuwe partner beëindigt de Anw, net als trouwen. Woont u samen omdat een van beiden zorg nodig heeft, dan loopt de uitkering door tegen het lagere bedrag van € 1.103,77.

Wordt partnerpensioen van mijn pensioenfonds verrekend met de Anw?

Nee. Een partnerpensioen of weduwepensioen van een pensioenfonds of verzekeraar valt buiten de inkomenstoets. Het is wel belast, samen met de Anw, dus het netto hangt van beide af.

Wanneer wordt de Anw-uitkering betaald?

Elke maand. De SVB publiceert de betaaldagen per jaar op haar website. Het opgebouwde vakantiegeld komt één keer per jaar, in mei.

Wat is een Anw-hiaatverzekering?

Een particuliere verzekering die een bedrag uitkeert als er geen of minder Anw is, bijvoorbeeld omdat er geen jong kind is of het inkomen te hoog is. Pensioenfondsen en verzekeraars bieden haar aan. Wat zij uitkeert, verlaagt de Anw niet.

Heb ik recht op Anw als mijn kinderen ouder zijn dan 18?

Alleen als u ten minste 45% arbeidsongeschikt bent. Zonder jonger kind en zonder arbeidsongeschiktheid is er geen recht. Een lopende uitkering stopt op de eerste van de maand na de 18e verjaardag van het jongste kind.

Hoe vraag ik een nabestaandenuitkering aan?

Bij de SVB, online met DigiD of met een aanvraagformulier. De SVB stelt vast of u aan de voorwaarden voldoet en rekent de korting uit met uw werkelijke inkomen. De uitkering kan ingaan vanaf de maand van overlijden.

Stopt de bijstand als de Anw ingaat?

Ja. Volgens de SVB stopt de bijstand wanneer de nabestaandenuitkering begint. Een IOW- of IOAW-uitkering verlaagt de Anw daarentegen niet.

Gecontroleerd op bekende uitkomsten

Elk geval hieronder heeft een uitkomst die door de bron vastligt. De rekenhulp rekent die bij elke publicatie na, en een pagina die afwijkt gaat niet online.

Bronnen

De cijfers en regels op deze pagina zijn op gecontroleerd aan de hand van deze publicaties.

  1. Staatscourant 2026, 20221: per 1 juli 2026 gewijzigde bedragen(opent in een nieuw tabblad)

    Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (officielebekendmakingen.nl)

Elke uitkomst op deze site is een indicatieve schatting. Het is geen financieel, juridisch, medisch of professioneel advies. Disclaimer

Vergelijkbare tools