Naar de inhoud

Remweg en stopafstand berekenen

Reken reactieafstand, remweg en stopafstand uit voor elke snelheid, met de vuistregel uit het theorieboek of met natuurkunde, ook op nat wegdek en ijs.

De stopafstand is de reactieafstand plus de remweg. De vuistregel uit de theorieboeken neemt een tiende van de snelheid. Maal 3 geeft de reactieafstand, in het kwadraat en gehalveerd de remweg. Voor 50 km/u wordt dat 15 m plus 12,5 m, samen 27,5 m. Op nat wegdek wordt de remweg 1,5 keer zo lang.

Rekenmethode
Wegdek

Zichtafstand of afstand tot het gevaar; 0 laat de controle weg

Stopafstand

27,5 m

  • Reactieafstand55%
  • Remweg45%
Reactieafstand
15 m
Remweg
12,5 m
Tijd tot stilstand
2,9 s
Gemiddelde remvertraging (m/s²)
7,72
Op tijd stil?
Ja, de auto staat op tijd stil
Ruimte over
22,5 m
Hoogste snelheid die nog stopt
74 km/u

SnelheidReactieafstandRemwegStopafstand
30 km/u9 m4,5 m13,5 m
50 km/u15 m12,5 m27,5 m
80 km/u24 m32 m56 m
100 km/u30 m50 m80 m
130 km/u39 m84,5 m123,5 m

Vul een snelheid in en je ziet de reactieafstand, de remweg en de stopafstand in meters. Kies de vuistregel die je voor het theorie-examen leert, of de natuurkundige formule met je eigen reactietijd, wegdek en helling. De Nederlandse regels en bedragen zijn gecontroleerd op 30 september 2026.

Stopafstand: reactieafstand plus remweg

De stopafstand is de afstand die een auto aflegt vanaf het moment dat je gevaar ziet tot hij stilstaat. Die afstand heeft twee delen. De reactieafstand is de weg tijdens je reactietijd: je ziet het gevaar, besluit te remmen en zet je voet op het pedaal. Al die tijd rijdt de auto op volle snelheid door. De remweg begint zodra de remmen werken en eindigt bij stilstand. Stopafstand is dus reactieafstand plus remweg. Bij 50 km/u geeft de vuistregel 15 m om te reageren en 12,5 m om te remmen, samen 27,5 m. Het eerste deel groeit gelijk op met de snelheid, het tweede met het kwadraat ervan. Bij hogere snelheden weegt het remmen daardoor steeds zwaarder: bij 130 km/u staat 39 m reageren tegenover 84,5 m remmen. Remweg en stopafstand worden in gesprekken en op websites vaak door elkaar gehaald, terwijl het tweede altijd langer is.

Deze rekenhulp werkt voor elke snelheid, niet alleen voor de ronde getallen uit een tabel. Onder de uitkomst staan de tijd tot stilstand en de gemiddelde vertraging. Een balk toont hoe de meters over reageren en remmen verdeeld zijn.

De vuistregel uit het theorieboek

Voor het theorie-examen van het CBR leer je de remweg berekenen met een vuistregel. Het CBR publiceert zelf geen formule; de vuistregel komt uit theorieboeken, lesmethoden en oefensites. Hij heeft drie stappen.

  1. Reactieafstand: de snelheid gedeeld door 10, maal 3. Voor 80 km/u: 8 x 3 = 24 m.
  2. Remweg: hetzelfde getal in het kwadraat en dan gehalveerd. Voor 80 km/u wordt dat 8 x 8 = 64 m, gehalveerd 32 m.
  3. Stopafstand: beide opgeteld, bij 80 km/u dus 56 m.

Als remweg formule geschreven: remweg = (snelheid / 10)² / 2, met de snelheid in km/u en de uitkomst in meters. Het ezelsbruggetje is delen, kwadrateren, halveren. De vuistregel levert ronde getallen op: 27,5 m bij 50 km/u, 80 m bij 100 km/u en 123,5 m bij 130 km/u. Die drie uitkomsten staan ook bij de gecontroleerde voorbeelden.

Achter de factor 3 in de vuistregel zit een reactietijd van 1,08 s. Het halveren hoort bij een gemiddelde remvertraging van 7,72 m/s², een stevige noodstop op droog asfalt. Op internet staan voor dezelfde snelheid andere getallen, omdat sites een andere reactietijd, een zachtere remming of de Duitse vuistregel zonder halvering gebruiken. Met beide methoden naast elkaar zie je waar zo'n verschil vandaan komt.

Reactieafstand: de meters voordat je remt

De reactieafstand is de snelheid maal de reactietijd. Om die uit te rekenen zet je km/u om naar meters per seconde door te delen door 3,6. Bij 100 km/u leg je zo 27,8 m per seconde af, bij 120 km/u 33,3 m.

De theorieboeken en de natuurkundemodus gaan uit van 1 s. Die tijd hoort bij een oplettende bestuurder die het gevaar ziet aankomen. In werkelijkheid duurt reageren vaak langer. Drie oorzaken springen eruit.

  • Vermoeidheid, na een lange rit, een korte nacht of midden in de nacht.
  • Afleiding door een telefoon, het navigatiescherm of drukke passagiers.
  • Alcohol, drugs en sommige medicijnen, die zien en beslissen vertragen.

Met twee seconden reactietijd wordt de reactieafstand bij 100 km/u 55,6 m in plaats van 27,8 m; de remweg verandert niet. Gevaarherkenning werkt de andere kant op: wie een situatie eerder doorziet, begint eerder te remmen. Het theorie-examen toetst die vaardigheid in een eigen onderdeel.

Natuurkundig gerekend: remvertraging en grip

In de natuurkunde is de remweg v² gedeeld door 2a. Daarin is v de snelheid in meters per seconde en a de remvertraging in m/s². Die remvertraging hangt af van de grip tussen band en weg, uitgedrukt in de wrijvingscoëfficiënt μ: a = g x μ, met g = 9,81 m/s².

Op droog asfalt rekent de natuurkundemodus met μ 0,8, dus met een remvertraging van 7,85 m/s². Bij 100 km/u geeft dat 49,2 m om te remmen en met 1 s reactietijd 76,9 m in totaal. De vuistregel komt op 80 m. Beide gaan uit van een krachtige noodstop, dus ze liggen dicht bij elkaar.

Omdat de snelheid in het kwadraat staat, is er een kwadratisch verband tussen snelheid en remweg. Twee keer zo hard rijden betekent vier keer zoveel meters: natuurkundig 12,3 m bij 50 km/u en 49,2 m bij 100 km/u.

Een helling verandert de remvertraging, want de zwaartekracht remt bergop mee en duwt bergaf. De rekenhulp telt het hellingspercentage op bij μ, bergaf met een min ervoor. Op droog asfalt bij 80 km/u remt een auto op een vlakke weg 31,5 m. Bij 8 procent bergop wordt dat 28,6 m, bij 8 procent bergaf 35 m.

Voor de remmen zelf bestaat een wettelijke ondergrens. Bij de APK moet de bedrijfsrem van een personenauto uit 2012 of later een remvertraging van minstens 5,8 m/s² halen (RDW, Regeling voertuigen). De vuistregel rekent met 7,72 m/s², dus met meer remkracht dan de keuring als minimum vraagt.

Is de remweg op nat wegdek 1,5 of 2 keer zo lang?

Allebei komen voor: de vuistregel rekent met 1,5 keer, de natuurkunde komt bij half zoveel grip op twee keer. De theorieboeken vermenigvuldigen op nat wegdek alleen de remweg. Bij 100 km/u wordt die 75 m, en de stopafstand 105 m.

In de natuurkundemodus zakt de wrijvingscoëfficiënt op nat wegdek van 0,8 naar 0,4. Half zoveel grip geeft een half zo grote vertraging, dus de auto remt twee keer zo lang: bij 100 km/u 98,3 m in plaats van 49,2 m. Welke factor in een echte situatie klopt, hangt af van de laag water, het asfalt en de banden. De 1,5 uit de lesboeken is een afgeronde leerregel, geen meting.

Op sneeuw en ijs wordt het verschil veel groter. De rekenhulp gebruikt daarvoor gangbare waarden uit de natuurkunde, μ 0,2 voor sneeuw en 0,1 voor ijs; officiële Nederlandse waarden bestaan niet. Bij ijzel, regen die op de weg bevriest, komt een auto van 30 km/u pas na 35,4 m remmen tot stilstand. De ANWB vat gladheid samen als: halveer je snelheid en verdubbel je afstand.

Aquaplaning valt buiten elke formule. Rijdt een band op een laag water, dan verliest hij het contact met de weg en valt de remvertraging bijna helemaal weg. Hoe minder bandenprofiel, hoe minder water een band kan afvoeren en hoe eerder dat gebeurt.

Stoppen binnen je zicht: obstakel en botssnelheid

De wet koppelt het stoppen aan je zichtafstand. Je moet je voertuig altijd tot stilstand kunnen brengen binnen de afstand waarover je de weg kunt overzien en waarover deze vrij is (RVV 1990, art. 19). Die zichtafstand is dus de bovengrens, ook in een bocht, bij mist en in het donker.

Vul je een afstand tot een obstakel in, dan vergelijkt de rekenhulp die met de stopafstand. Staat de auto op tijd stil, dan zie je hoeveel meter er overblijft. Lukt dat niet, dan volgt de botssnelheid: de snelheid waarmee de auto het obstakel nog raakt. Daarnaast staat de hoogste snelheid waarbij stoppen binnen die afstand nog lukt.

Een voorbeeld met de vuistregel: bij 80 km/u staat de auto na 56 m stil. Ligt 40 m verderop een obstakel, dan raakt de auto dat nog met 57 km/u. De remmen werken pas na 24 m reageren, en in de eerste meters bouwen ze weinig snelheid af. Binnen 40 m stoppen lukt tot 64 km/u. Bij 50 km/u en 50 m vrije weg blijft er 22,5 m over.

Volgafstand, twee-secondenregel en bumperkleven

De Nederlandse wet noemt geen volgafstand in meters of seconden. Als maatstaf geldt de twee-secondenregel: tussen het moment dat je voorganger een vast punt passeert en het moment dat jij er bent, zitten minstens 2 s.

Bij 100 km/u komt dat neer op 56 m, minder dan de 80 m stopafstand van de vuistregel. Dat past, omdat de auto voor je zelf ook een remweg nodig heeft. De twee seconden vangen vooral je reactietijd op, met wat marge.

Te dicht achter iemand rijden heet bumperkleven. Voor niet voldoende afstand houden tot en met 80 km/u geldt een boete van € 380 (Openbaar Ministerie, Feitenboekje 2026). Daarboven is er geen vast bedrag: de officier van justitie beslist met een strafbeschikking, of de zaak gaat naar de rechter. Voor beginnende bestuurders geldt daarnaast de maatregel beginnende bestuurder. Strafpunten kent Nederland niet.

Stoppen bij elke Nederlandse maximumsnelheid

Bij elke maximumsnelheid hoort een eigen stopafstand. In de bebouwde kom geldt 50 km/u, daarbuiten 80 km/u, op autowegen 100 km/u en op een autosnelweg 130 km/u (RVV 1990, art. 20 en 21). Op bijna alle autosnelwegen is overdag, van 6.00 tot 19.00 uur, 100 km/u de grens (Rijksoverheid).

Meters tot stilstand, droog en nat
SnelheidVuistregel droogVuistregel natNatuurkunde droogNatuurkunde nat
30 km/u13,5 m15,8 m12,8 m17,2 m
50 km/u27,5 m33,8 m26,2 m38,5 m
80 km/u56 m72 m53,7 m85,1 m
100 km/u80 m105 m76,9 m126,1 m
130 km/u123,5 m165,8 m119,2 m202,3 m

Hoe hoger de maximumsnelheid, hoe groter het verschil tussen droog en nat. De rekenhulp gaat uit van een personenauto. Vrachtwagens, bussen, motoren en fietsen vallen erbuiten, net als belading, de profieldiepte als invoer, de werking van ABS, treinen en trams en het terugrekenen van een ongeval uit remsporen.

Wat een rit bij een lagere snelheid scheelt aan benzine of diesel, rekent de brandstofkostencalculator uit. Hoe deze rekenhulp is opgebouwd en getoetst, staat in de werkwijze.

Veelgestelde vragen

Hoe lang is de remweg bij 50 km/u?

Volgens de vuistregel 12,5 m: 5 x 5 = 25, gedeeld door 2. Met de reactieafstand van 15 m erbij is de stopafstand 27,5 m. Natuurkundig, met μ 0,8 op droog asfalt, komt de remweg op 12,3 m.

Welke stopafstand hoort bij 100 km/u op nat wegdek?

Met de vuistregel 105 m: 30 m reactieafstand plus 75 m remweg, de droge 50 m maal 1,5. De natuurkundige formule, met half zoveel grip, geeft 126,1 m.

Waarom verviervoudigt de remweg als je twee keer zo snel rijdt?

De bewegingsenergie van een auto groeit met het kwadraat van de snelheid, en de remmen moeten al die energie omzetten in warmte. Volgens de vuistregel remt een auto van 50 km/u 12,5 m, een auto van 100 km/u 50 m: vier keer zoveel.

Hoe bereken ik de remweg als de snelheid van 80 naar 120 km/u gaat?

Neem de verhouding van de snelheden in het kwadraat: 120 gedeeld door 80 is 1,5, en 1,5 in het kwadraat is 2,25. De vuistregel geeft 32 m bij 80 km/u en 72 m bij 120 km/u. De reactieafstand groeit maar 1,5 keer, van 24 m naar 36 m.

Wat is het ezelsbruggetje voor de remweg?

Delen, kwadrateren, halveren: de snelheid door 10, dat getal met zichzelf vermenigvuldigen en de uitkomst door 2. Neem 70 km/u: 7 x 7, dus 49 m, en de helft daarvan is 24,5 m. Voor de reactieafstand volstaat delen door 10 en keer 3.

Waarom moet de snelheid in m/s in de formule?

De remvertraging staat in meters per seconde kwadraat, dus alleen met de snelheid in m/s komt er een remweg in meters uit. Van km/u naar m/s deel je door 3,6: 90 km/u is 25 m/s.

Hoe groot is de remweg op ijs of sneeuw?

Natuurkundig, bij 50 km/u: op sneeuw (μ 0,2) 49,2 m en op ijs (μ 0,1) 98,3 m, tegen 12,3 m op droog asfalt. De lesregel kent voor sneeuw en ijs geen factor.

Wat kost bumperkleven?

Tot en met 80 km/u is de boete € 380 voor niet voldoende afstand houden, volgens de tarieven van het Openbaar Ministerie. Bij hogere snelheden bepaalt de officier van justitie of de rechter de straf. Punten op je rijbewijs krijg je niet, want Nederland heeft geen puntenstelsel.

Gecontroleerd op bekende uitkomsten

Elk geval hieronder heeft een uitkomst die door de bron vastligt. De rekenhulp rekent die bij elke publicatie na, en een pagina die afwijkt gaat niet online.

Bronnen

De cijfers en regels op deze pagina zijn op gecontroleerd aan de hand van deze publicaties.

Vergelijkbare tools